Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Sedert vijftig jaren heeft men reeds in andere landen
gebruik gemaakt van de stalvoedering , en velen deden
dat in ons land gedurende de laatste dertig j aren , met
zoo goed gevolg, dat het meer algemeene navolging ver-
dient : want niet alleen de veeteelt, maar ook de land-
bouw ondervindt daarbij dubbele winst.
Men behoeft ook niet al het vee op den stal te hou-
den. Voor de veefokkerij is het goed, het jonge vee en
de vetweiders buiten te laten grazen.
Om gedurende den geheelen zomer goeden voorraad
van voedergewassen voor de stalvoedering te behouden ,
is het noodig verschillende soorten op onderscheiden
tijden bij afwisseling te zaaijen , opdat men/zelfs bij mis- jj
sewas van het eene , zich van het andere kan bedienen.
O '
Vroeg in den herfst gezaaide rogge, in het voorjaar
gestrooide haver en garst, kunnen alzoo met klaver
afwisselen, terwijl Italiaansch raijgras, Brabandsche
klaver en andere gewassen kunnen gekweekt worden,
dewijl die meer bestand zijn tegen winterkoude. Is het
noodig, dan kan men, bij geringen voorraad, gebruik ma-
ken van hooilanden, weiden , en andere gewassen, zooals
onder anderen vroege en late rapen.
Les 12.
Voedergewassen.
Bij de stalvoedering is de klaver een der geschiktste
gewassen, en inzonderheid de Brabandsche of roode klaver,
die overal wil groeijen, zoo zij een vetbemesten, goed
losgemaakten grond heeft.
Zeer gevoegelijk kan men die tusschen haver, garst en
rogge zaaijen, terwijl zij dan na het afmaaijen dier
vruchten nog dat jaar opschiet en kan afgesneden wor-
Bnig. IX. 3