Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page

kan men met lage gronden niet behoorlijk in delen af-
wisselen, omdat zij te drassig zijn, en het vee de
graszoden door trapt, of, zoo als men 't wel noemt,
met vijf monden, n. 1. bek en pooten , graast.
Men jaagt in weibegraasde weiden gewoonlijk eerst
rundvee, omdat dit veel van lang gras houdt. Daarna
kan men er paarden in doen grazen , om het verder af
te weiden, en ten laatste brenge men er schapen in,
welke het gras nog korter afbijten.
Les 9.
Verbetering der weilanden.
Wil de landman den akker goed bemesten, dan moet
hij veel vee trachten te onderhouden.
Daartoe is noodig: dat hij de weiden zooveel moge-
lijk verbetere.
Hij kan dan, ook wegens andere voordeelen van die
/g. dieren, meer dan dubbe^ winst van zijnen grond trekken.
' Daartoe is het van zeer veel belang, de weiden op
alle mogelijke wijzen te verbeteren, en er het meest
zuinig en doelmatig gebruik van te maken.
Bij den sterken uitvoer van vee in onzen tijd, is het
noodig, de veefokkerij dubbel ter harte te nemen, om
ook daarvan het meeste voordeel te genieten. Dit kan
niet geschieden , zonder de weiden voor bederf te bewa-
ren , zorgvuldig te bewerken, en te verbeteren.
Op de ligging der weilanden moet in de eerste plaats
acht gegeven worden. Zijn er slooten of greppels door
het vee ingetreden, zoodat het water niet kan weg-
stroomen , men herstelle dit zonder uitstel. Molshoopen
strooije men telkens in het rond, opdat er geene onef-
fenheden komen , waar het water kan blijven staan, en