Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
]9
meer zaad noodig, — en geene zoo goede gelegenheid tot
wieden en tusschenplanten.
't Zou meer moeite en kosten geven , den akker om
te spitten en te bewerken , gelijk den tuingrond ; maar
de meerdere winst zou dit rijkelijk vergoeden.
Over het algemeen heeft men de gewoonte, de akkers
om de G ä 7 jaren onbebouwd te laten liggen, om als
't ware/uit te rusten en nieuwe vruchtbaarheid te bekomen.
Dit heet braak liggen, en is zeer schadelijk, omdat
zij dan geen vrucht noch voordeel van belang kunnen geven.
Bewerkt men den akker beter, en meer op die wijze
als den tuin, dan kan men die braak , bij goede bemes-
ting, bijna geheel afschaffen, en op.idie wijze ook dat
groote' voordeel iUarvan trekken.
Dat wieden en schoffelen bij droog weder en helde-
ren zonneschijn moeten plaats hebben, is ligt in te zien :
want dan sterft liet onkruid spoedig, terwijl het anders '
zou herleven.
Wij zien hieruit tevens, dat het goed is voor den land-
man , eenen tuin te hebben. Hij kan uit den tuinbouw
veel leeren voor den landbouw , en zal er bovendien voor-
deelen van genieten.
Hij moet dien zelf bewerken met zijn werkvolk, en
kan daartoe zeer geschikt de snipperuren bezigen, die
men anders verliest, door wegens wind en weder de
andere werkzaamheden te moeten staken.
Op die wijze kan hij zich zei ven voorzien van moes-
kruiden , boomvruchten en andere benoodigdheden. Hij
kan in dien tuin eene boomkweekerij aanleggen voor den
boomgaard en de houtteelt, — er gewassen in kweeken ,
die op den akker moeten geplant worden, — en in het
klein proeven nemen met zaden en planten, om te be-
slissen of hij die met voordeel verder kan aankweeken.