Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page

14
effenheden in zijn, opdat zij behoorlijk kunnen afwateren.
Naar mate zij hoog of laag, droog, of vochtig zijn ,
moeten zij meer of minder afhellen.
Dit alles is noodig, omdat in eenen vochtigen, drassi-
gen, daardoor ook kouden grond, niet met goed gevolg
kan gezaaid en geplant worden.
Het water in de slooten , die het land omringeiy'moet
ruim 5 palmen lager zijn, dan het bovenvlak der ak-
kers , opdat de grond des te beter door de zon kan ver-
warmd worden, en de mest krachtig werken moge tot
voeding der gewassen.
Het is geenszins noodig, het gevallen regenwater lang
in den grond te behouden. Wanneer de regen is geval-
len , de aarde en de gewassen heeft besproeid, dan is ^ij
minder noodig om vruchtbaarheid te geven, en men late
de vochten dieper in den grond zijgen door zoodanige
afwatering, opdat de warmte er meer invloed op kan
uitoefenen.
Daar, waar men nog geene stalvoedering heeft inge -
voerd, zal men bij zoodanigen lagen stand van het om-
ringend water in de slooten, door grooter schuinten aan
het vee gelegenheid tot drinken moeten geven : want niet
alleen voor bouwlanden, maar ook voor weiden, is te
groote vochtigheid nadeelig, omdat er zich dan schade-
lijke planten ontwikkelen, nadeelig voor de gezondheid
van het vee, terwijl de grond daardoor zuur wordt, zoo
als men het noemt.
Zijn de akkers te laag en te vochtig, dan kan men die
verbeteren door de slooten en greppels dieper te maken,
en aarde over het land te doen brengen.
Het verschil in groei kan men zien op akkers, waar-
van het eene eind hoog en het andere laag ligt. Men
zal de gewassen op het hoogste gedeelte veel weliger