Boekgegevens
Titel: Mulder's leesboekjes
Deel: Negende stukje Landhuishoudkunde
Auteur: Mulder, Gerard Christiaan; Brug, S.L.
Uitgave: Nijmegen: H.C.A. Thieme, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6681
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202879
Onderwerp: Landbouwwetenschappen: landbouwwetenschappen: algemeen
Trefwoord: Landbouw, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mulder's leesboekjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
en regten evenzeer letten, als op de zedelijke en Gods-
dienstige belangen der aan zijne zorg toevertrouwden.
Wat dunkt u, kinderen ! — is het eene gemakkelijke
taak, al die zorgen op zich te nemen , en naar waarde
te vervullen? De man, die dat doet, moet veel weten,
een schrander oordeel, veel bekwaamheid en een braaf
hart bezitten. Alleen door vlijtig van zijne jeugd af
zich in dat alles te oefenen, en er zich voortdurend op
toe te leggen, kan hij daartoe in staat geraken.
Hij is dan ook een man, die, niet minder, dan in
andere standen, ieders hoogachting en dank ten volle
waardig is.
Les é.
De landerijen.
Omdat Nederland grootendeels laag gelegen is, zoo
moeten de akkers en weiden met zorg zoodanig aange-
legd worden, dat zij niet te vochtig zijn voor landbouw
en veeteelt.
Men omringt daarom het land met slooten, en graaft
greppels tusschen de akkers, om het overtollige water
op te nemen ƒ en af te leiden. fp
Is dit ongenoegzaam, dan legt men nog riolen of bui-
zen aan, om de vochtigheid te verminderen,
Zeer lage streken omringt men met polderdijken, om
de daartusschen gelegen landerijen door molens genoeg-
zaam droog te malen, en alzoo het overtollige water te
ontlasten.
De akkers behooren in het midden iets hooger te lig-
gen, dan aan de kanten, en moeten overal geregeld vlak
afhellen , zonder dat er gaten, kuilen diepten of on-