Boekgegevens
Titel: Kramers' rekenboekje voor meisjes, bevattende driehonderd vraagstukken, ter toepassing van de hoofregelen met geheele getallen
Auteur: Kramers, H.W.
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor zonen, 1879
2e dr
Opmerking: 1e stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5694
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202826
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kramers' rekenboekje voor meisjes, bevattende driehonderd vraagstukken, ter toepassing van de hoofregelen met geheele getallen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2G
51. Mijn buurman heeft 10 zoons, waarvan de jongste 3
jaar oud is. Als zij verder allen 2 jaar verschillen,
hoeveel jaren tellen zij dan te zamen?
52. Voor 13 meter zijde en 9 meter linnen is 47 gulden
en 10 cents betaald. Als de meter linnen 18 stui-
vers kostte, wat is dan de prijs van een meter zijde?
53. Als het vijfde deel van zekere som gelds 392 gulden
bedraagt, hoeveel is dan het achtste deel?
54. Van welk getal is derdhalf millioen het 14degedeelte?
^^ „ , . (6789 -h 99670 -+- 1298 — 9698) x 370 „
55. Hoeveel is ^-q -4- 95 + 365-—-"
56. Vier kinderen zouden 4786 centen deelen. A. kreeg
de helft, B. het derde deel en C. het zesde deel.
Hoeveel bleef er nu nog voor D. over?
57. Hoeveel weken zijn er in drie vierendeeljaars?
58. Deel 19 jaar il weken 6 dagen en 12 uren door 6
en vermenigvuldig het komende quotient met 9.
59. Als de maand eens juist gelijk was aan 4 weken hoe-
veel weken zouden er dan maar in een jaar zijn?
En in hoeveel maanden zou dan wel een jaar moe-
ten verdeeld zijn om toch 52 weken te tellen?
60. Als een stère brandhout 4 gulden kost, wat moet men
dan voor een decistère betalen ?
61. Van drie gewichten, die te zamen 695 kilogram zwaar
zijn, weegt het eerste 419 kilogram en het tweede
298 kilogram minder. Hoe zwaar is het derde?
62. Twee meisjes hebben samen 72 spelden Het eerste
heeft er 6 meer dan het tweede; hoeveel heeft ieder?
63. Twee jongens moeten 80 knikkers deelen. A. krijgt
er 6 meer dan B. Hoeveel bekomt ieder?