Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ Bti )
Waar legt het wijfje hare eijeren ? — Hoe
komen zij, ah gevleugelde insecten, uit het
water f — Waardoor veroorzaken zij haar brom-
mend geluid? — Waardoor verwekt haar steek
voornamelijk pijn, en looj)t de gestokene plaats
op?
Ondergaan de ongevleugelde insecten ook eene
eigenlijke verandering ? —
ACHT EN DERTIGSTE LES.
De wormen.
De zesde of laatste klasse van dieren, welke
wij nog korteiijk beschouwen moeten, is die der
wormen; schepselen van zulk eene groote ver-
scheidenheid, en van zoo weinig algemeen over-
eenkomende eigenschappen, dat men dezelve wel
liet best ontkennend bepalen zou, door ze te
noemen: dieren van koud, wit bloed, die geene
insecten zijn.
Zij komen dus hierin overeen, dat zij geen
gekorven ligchaam, geene voelhorens en gee-
ne ware voelen noch vleugels hebben. Meestal
bestaan zij uit een week, gedeeltelijk geleiachtig
ligchaam; zeer weinige zin met haren bedekt,
maar vele bewonen een lard, vast en steen- |
of porseleinachtig huis, gelijk de koralen en (
schelpen, hetwelk, of van deze dieren voortge- '
dragen wordt, of onbewegelijk vastzit.
De meeste dezer dieren leven in het wa- ■
ter, en wel voornamelijk in de zee; andere in
of onder de aarde, en eenige in de levende ;