Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 85 :)
nc vlieg leeft als masker eenigen tijd in hel wa-
ter ; waarom ook de wijljes hare eijeren, die
zich in de gedaante van een' kegel aan eikander
vasthechten, in het water leggen, waaruit, na
zekeren lijd, de vliegjes zich verheffen, wan-
neer de dop van hel popje, in welken staat zij
de herschepping lol gevleugelde volkomene in-
secten ondergaan hebben, haar als tot een
schuitje verstrekt. Haar brommend geluid ver-
oorzaken zij door op een gespannen vliesje, on-
der hare vleugels geplaatst, te slaan. Zij kun-
nen, onder het bijten getergd wordende^ eenig
vergif in de wonden storten, hetwelk voorna-
melijk de pijn veroorzaakt, en de plaats, waar
zij gestoken hebben , doet oploopen.
Onder de ongevleugelde insecten heerscht in
grootte, gedaante, getal en lengte der voeten,
leefwijze en voedsel, eene groote verscheiden-
heid ; en geene, belialve de vloo, ondergaat,
waarschijnlijk, eene eigenlijke verandering.
VRAGEN.
Welke inseclen wonen,
in groote maatschappijen^
wontngerï
beidzaam ?
Hoe zijn de
Oostindië en Guinea 9
dezeloè 9 — Zijn zij
Waarmede zijn zij onophoudelijk
enen als de bijen,
en zijn ook zoo ar-
der witte
— Waarvan
ook vast en
in
mieren
maken
sterk ?
hunne
zn
zij
ningen
koning
andere
Waar
WO-
is de cel voor den
■ Waartoe dienen de
eijeren kan de konin-
werkzaam ?
cn de koningin ? -
cellen ? — Hoeveel
vier en Iwinlig uren leggen ?
Welke insecten hebben twee vleugels ? —
Waar leeft de gewone vlieg den eersten tijd zijns
levens ?
gin
171