Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 83 :)
als eene nieuwe volkplanting, van liet slann-
volk af, hetwelk men zwermen noemt.
VRAGEN.
Hoedanig zijn de vleugels der bijen 9 — Hoe-
telerlei bijen zijn er in eene maatschappijl —
Hoe is de koningin gesteld? — Hoe zijn de
hommels ^ — Welke is hunne werkzaamheid! —
Welk lot ondergaan zij tertolgens (*) ? —
Hoe zijn de werkbijen! — Waarin dragen
zij het bloemstof tot den korf over! — Wal
moeten zij ver?ngten? — Hoe verdeelen zij ha-
re werkzaamheden^ — Welke is de bestemming
der koningin ? — Hoeteel zijn er tan deze on-
derscheidene bijen in eene maatschappijl
Van waar komt de honig 1 — Zijn al de cellen
in een korf tan gelijke grooltel — Hoe lang
blijft hel gebroedsel in den staat tan maskers 1 —
Wat gebeurt er^ wanneer zij volkomene bijen ge-
worden zijn? —
ZEVEN EN DERTIGSTE LES,
Vijfde vertolg.
Verdere beschrijving.
e mieren, die met de bijen tot denzelfden
rang behooren, zijn even zulk een arbeidzaam
(*) Het werk der hommels «alsdan Tolkomen af^jednnn,
zoodat ïij, langer levende, onnulle gasten in der bijen
maatschappij zouden zijn. Deze spoedig»* dood df.r hom-
mels is dus eene wijze inrigtin,», en strijdt i;eenszins tegen
de in dc schepping alom zigtbare weldadigheid, daar de
levensduur van ieder dier slechts, in betrekking tot zijne
Ijcstemming, l^it^g of kort is, cn geene dieren, behalve de
mensch, door herinnering ran het vericdene en vooruitziet
iu het toekomstige, eenig smnrfelijk gevoel hij den dood
hehheH,