Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( ïi) )
slechts bij do merkwaardigste insecten wilden siil-
staan: want van den Molukschen kreeft af,
die zich ook aan do kusten van noordooste-
lijk Amerika ophoudt, eene lengte van vier
voet bereiken kan, en de grootste van alle
insecten is, tot aan de kleinste diertjes toe,
die het bloote oog niet zien kan, is er zoo
veel merkwaardigs bij deze dieren, dat wij als
verlegen zijn, welke wij u nader zullen leeren
kennen.
Wij kunnen de volkomene insecten verdeelen
in gevleugelde en ongevleugelde. De gevleugel-
de hebben vier of twee vleugels, welke horen-
achtig zijn, gelijk bij de kevers; donsachtig,
gelijk bij de kapellen; net- of tralievormig, ge-
lijk bij de juffertjes, en dagvliegen of ephe-
meren; vliesachtig, gelijk bij de wespen, bijen
en mieren. De tweevleugelige zijn de hor-
zels , do vliegende waterspinnen, de vliegen,
bremsen en muggen. ïot de ongevleugelde be-
hooren de motten, vlooijen, luizen, mijten,
spinnen , schorpioenen , kreeften, krabben ,
pissebedden en duizendbeenen.
Eenige insecten geven licht, gelijk, onder de
kevers, de johannes- of glimworm, waarvan
de mannetjes gevleugeld zijn, doch de wijljes,
inzonderheid omstreeks den paartijd, het meeste
licht geven, zoo zelfs, dat men van twee, in een
glas besloten, wel kan lezen.
De Surinaamsche lantaarndrager geeft nog veel
sterker licht; de lichtende blaas vóór aan den
kop heeft een derde van de grootte dezes diers,
en schijnt zoo helder, dat zich weleer de in-
woners van Guiana van dezelve, in plaats van
brandende lichten, bediend hebben.
Behalve de zoo prachtig gekleurde in- en uit-
landsche kapellen, welke gij bij gelegenheid eens
zien moet, behoort tot de aonsvleugelige ook