Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
of poppen: sommige kunnen zicli dan nog he-
wegcn en voedsel zoeken, andere sluiten zich
echter in als popjes, of gebakerde kindertjes,
en brengen dit gedeelte huns levens zonder van
plaats te veranderen, en zonder voedsel, als in
een' doodslaap, door.
Gedurende dit tijdperk nu, dat zij zoo geheel
gevoelloos en verstijfd in hun hulsel begraven
schijnen, gebeurt met hen de grootste ver-
andering; daar zij uit den staat van masker tot
volkomene insecten omgevormd worden, en op
een' bestemden lijd uit hunnen kerker uitbre-
ken. Men ziet dan de prachtigst gekleurde ka-
pellen uit een popje geboren worden, gelijk
het popje voorheen uit eene rups, welke met
elkander niets gemeen hadden, maar geheel on-
derscheidene schepselen schenen te zijn.
Vele insecten spelen de laatste rol van hun
leven zeer spoedig ten einde; ja, sommige
brengen dan niet eens een' mond mede ter we-
reld; zij eten, zij groeijen dan niet meer; bei-
de deze levensverrigtingen hebben zij als mas-
kers ten einde gebragt — eene derde blijft er
nu nog over: zij moeten hun geslacht voort-
planten , en dan wegsterven !
De vermenigvuldiging van vele insecten is bui-
tenmate groot, en de dragtige wijljes van som-
mige , gelijk van den cochenilje - worm , van
de aardvloo, worden verbazend zwaar, zoodat
men, bij voorbeeld, rekent, dat het achter-
lijf van een wijfjes - witte mier wel twee duizend-
maal grooter wordt, dan het vóór de bevruch-
tiging was. Bij vele insecten heeft, nopens deze
voortteling , behalve andere , ook nog die
merkwaardigheid plaats, dat zij niet meer dan
eenmaal paren kunnen, en de paring slechts
een' korten tijd overleven; zoodat de dood zulk
eo.n zeker gevolg hiervan is, dat men hun Ie-