Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 74 )
Hoeveel voelen hebben zij ^ ten minste in den
volkomen staat 9 — Zijn de insecten ook tan
eene zeer terschillende gedaante en zameti-
slelling ?
Hoe zijn de oogen der insecten gesteld 9 —
Is cr ook onderscheid in de invigting tan de
oogen der insecten^ — Waartoe dient dit^ —
Welk insect kan zijne oogen bewegen ? — Waar-
toe dienen dezen dieren de sprieten of toetho-
rens 9
DRIE EN DERTIGSTE LES.
Eerste tertolg.
In cn op de aarde en hare voortbrengselen zijn
de insecten oneindig veelvuldig verspreid; zoo-
dat men vast op alle dieren, zonder onderscheid,
insecten vindt, ja, er leven zelfs insecten op
insecten; want de kevers, de bijen, hebben
weder hare bijzondere mijlen en luizen; — cn
alle planten, slechts eene enkele uitgezonderd,
dienen aan onderscheidene insecten ter woning
en voedsel; de eik alleen wordt van meer dan
honderd soorten bezocht en bewoond.
Door de insecten kan men zeggen, dat deze
aardbol als bezield is. Niels toch vindt men,
of men ontdekt er, bij naauwkeurig onderzoek,
levende diertjes in. Wij zien slechts met het bloo-
te oog een zeer klein gelal, daar verreweg
de meeste zoo klein zijn, dat men ze door
vergrootglazen eerst kan waarnemen ; men
heeft glazen , die een voorwerp meer dan
duizendmaal vergrooten, en eenige insecten,
hierdoor gezien, zijn alsdan nog niet grooter