Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 06 )
vaardigheid en snelheid kunnen voortkomen. Ver-
scheidene slangen leven op den grond, andere
meest op de boomen, en eenige in het water, daar
zij, door hare lange en gedeeltelijk blaasvormige
longen, gemakkelijk kunnen zwemmen. De mees-
te leggen aan elkander gehechte eijeren; en
daar hare kakebeenen niet, gelijk bij andere die-
ren , vast ingehecht en tot kaauwen geschikt
zijn, maar zich ver van elkander laten rek-
ken , zoo kunnen zij andere dieren, die anders
dikker, dan zij zelve zijn, geheel inslokken.
Sommige zijn met een sterk vergif in bijzon-
dere blaasjes aan den voorsten rand des boven-
kakebeens voorzien, hetwelk zij, door een' bij-
zonderen, buisvormigen, op zich zeiven staanden,
land, bij een' beet, in de gemaakte wonde spui-
ten ; zoodat deze van de andere afgezonderde
tand ook het zekerste kenmerk is , om de ver-
giftige van de andere slangen te onderscheiden;
terwijl men aanneemt, dat het getal der eerste
tot de laatste als één lot zes staat.
De ratelslang, in de warmste gedeelten van
Noord-Amerika, onderscheidt zich zeer bijzonder
wegens het ratelend geluid, hetwelk zij door het
horenachtig gelede einde van haren staart geeft,
boven alle dieren. Het getal der leden van dezen
ratel neemt met de jaren toe, en beloopt bij de ou-
den wel tot veertig. Kleine vbgeltjes, .en ande-
re diertjes, gelijk eekhorentjes, worden op het
gezigt van deze en ook van andere slangen, en
voornamelijk op het hooren van den ratel, zoo-
danig met schrik bevangen, dat zij van de boo-
men nedervallen, en daardoor eene prooi dezer
slangen worden.
De ratelslang wordt zes voet lang, en ver-
krijgt de dikte van een' arm; en ofschoon zij
zeer vergiftig is, wordt zij zonder nadeel door
de zwijnen en roofvogels, ja zelfs door de Ne-