Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 04 )
(laar hel die afzonderlijk en ook beide in on-
derscheidene riglingen schielijk kan bewegen.
De salamander is een zwart, oranjegeel gevlekt,
eene span lang, een' duim dik, nicl venijnig, dier,
en kan geenszins, f;clijk gij, lieve kinderen! ook
van zelve wel begrijpt, in het vuur leven. Onder
de hagedissen is er eene soort in Oostindië en
Afrika, die, als 'l ware, kleine vleugelen aan
beide zijden van het lijf heeft, daarom ook draak
genoemd. Deze vleugeltjes dienen echter meer
tol een valscherm, dan om te vliegen.
Nu nog een enkel woord van het grootste dier
der zoete binnenwaleren, hetwelk ook onder de
amphibiën behoort, den krokodil namelijk. Deze
houdt zich voornamelijk op in de groole rivieren
van Afrika, inzonderheid in den Boven-Nijl en den
Niger, en is de schrik dier wateren. Wel derlig
en, volgens sommigen, wel vijftig voet lang zijnde,
kunt gij begrijpen, dal hij voor menschen en dieren,
welke hij aanva t, zeer gevaarlijk is, daar hij die ineens
kan binnenslokken. Het is echter eene groote zeld-
zaamheid, dal hij een' mensch maglig wordt, door-
dien hij zich door de onbuigzaamheid zijner wer-
velbeenderen niet' spoedig wenden kan; en dal de
honden, uit vrees voor de krokodillen, loopende uit
den Nijl zouden drinken, wordt door beroemde
reizigers tegengesproken (*). Jong gevangen, laat
de krokodil zich lam maken. Het wijlje legt wel
honderd eijeren, die noauwelijks de grootte van
een ganzenei hebben.
De kaiman, ook eene soort van krokodil,
houdt zich in de middelste gedeelten van Amerika
op, is gladder en ronder aan het ligchaam en
den slaarl, en ook niet zoo groot als de NijU
krokodil. Voor 't overige zijn zij zeer gelijk-
vormig.
(•) Door BBVct,