Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 55 :)
stroken; de lepelaar, hier en daar in het wes-
ten der oude wereld; de palamedes - vogel, in
het oostelijk gedeelte van Zuid - Amerika ; bene-
vens dc kraanvogel, de ooijevaar, de roerdomp en
do snippen, welke vier laatste bij ons zoo
wel bekend zijn.
Do eigenlijke watervogels onderscheiden zich
van andere door hunne zwempooten, waardoor
zij veel meer om zich in het water voort te
roeijen, dan om op het land te loopen, ge-
schikt zijn. Hunne bovenkaak eindigt meest als
met een' krommen haak , en is , gelijk ook
de onderste , bij de meeste met eene zenuw-
rijke en dus zeer gevoelige huid voorzien,
waardoor zij, als met een tastend gevoel, hun
voedsel onder het water vinden kunnen , waar-
toe hun het gezigt niet zou kunnen helpèn.
Door hunne di^te en vette vederen kan er geen
water tot hun ligchaam doordringen; en daar dons-
vederen de warmtestof zeer slecht geleiden, ver-
kleumen deze vogels ook niet in het kilste wa-
ter, tusschen sneeuw en ijs.
De pellikaan behoort in de warme oorden der
oude wereld te huis; hij heeft een' zakvormigen,
rooden krop , die wel dertig pond water be-
vatten kan, uit welken hij zijnen jongen, van de
door hem gevangene visschen , te eten geeft.
Wijl hij daartoe dien rooden krop tegen de borst
moet drukken, zoo is van daar de fabel ont-
staan, dat de pellikaan zijne jongen met zijn
eigen bloed voeden zou.
Men vindt den jan - van - gent in het noorden van
Europa en Amerika , en de meeuwen onthou-
den zich almede het meest aan de kusten der
noorder-wereld; echter worden zij ook in de
Zuidzee , en wel in zulke ontelbare scharen
gevonden, dat zij, opgejaagd zijnde, schier
hel daglicht verduisteren.