Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 50 )
en meer. Opmerkelijk is het, dat de vogelen,
gelijk de hoenders, zoo men hunne eijeren
wegneemt, steeds tot een zeker getal voortleg-
gen , zoodat het eijerleggen als eene willekeu-
rige handeling kan worden aangemerkt, zeer on-
derscheiden van de onwillekeurige voortteling der
zoogdieren. Insgelijks is de vorming des jongen
vogels van die der zoogdieren onderscheiden :
immers de zoogdieren worden volkomen gevormd
geboren; maar de vogels moeten in het reeds
gelegde ei, en dus buiten de moeder, gevormd
worden; waartoe enkel een zekere graad van
aanhoudende warmte genoegzaam is. Behalve bij
de gepaarde vogels, broedt alleen het wijlje de
eijeren door hare warmte uit, daar het eenen be-
paalden tijd er op zit , en dus hare dierlijke
warmte er aan mededeelt. Gedurende het broe-
den ondergaat het ei de grootste verandering,
daar zich van tijd tot tijd de jonge vogel ont-
wikkelt. Bij de hoenders ziet men op het ein-
de van den vijfden dag het gevormde kuikentje
als een klein geleiachtig schepseltje zich reeds
bewegen. Op den veertienden dag komen de
vederen te voorschijn; op den vijftienden snakt het
kuiken reeds naar lucht; kan op den negentien-
den geluid geven, en is gewoonlijk op den een-
en twintigsten dag gereed, om het ei te verlaten.
Iedere soort van vogels heeft haren bestemden
broeitijd, welke echter, overeenkomstig het klimaat
en de warmtegesteldheid van het weder, iets langer
of korter zijn kan.
V R A G E N.
Wanneer leien in het algemeen de dieren
voort ? — Wanneer de vogels ? — Waarom
juist in het voorjaar? — Welke vogelen parend —