Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 43 )
gemeen, dan de hoofdstof, waarin zij leven.
Tot deze orde der zoogdieren, onder de be-
naming van walvisschen begrepen , behooren
de zeeëenhoorn , de walvisch, de vinvisch,
de potvisch, de dolfijn en de noordkaper. Al-
leen zal ik u den walvisch wat nader leeren
kennen. Hij is het grootste van alle bekende
dieren, en weegt wel honderd duizend pond.
Voornamelijk bij de noordpool, echter ook in
de zuidelijke streken in den Atlantischen Oceaan,
en in do Stille Zee, houden deze verbazen-
de voortbrengsels der dierlijke schepping zich
op. Voorheen heeft men er aangetroffen van
honderd twintig voet lengte; doch die thans
gevangen worden, zijn zelden boven de zestig
of zeventig voet lang. De kop bedraagt wel
een derde van zijne grootte. De huid is meest
zwart, of met wit als gemarmerd, en hier en
daar dun behaard. — Voor de Noordsche vol-
ken is dit dier van het grootste gewigt, als ver-
schaffende hun kost en kleeding; en de Euro-
peanen hebben de walvischvangst steeds aangemerkt
als eene zaak van groot aanbelang, van wege de
traan, en om de baarden, waarvan dit dier in de
-bovenkaak er wel zeven honderd heeft, die tot ba-
leinen gebruikt worden, en waarvan de middelste
twintig voet lang kan zijn. In Mei is de bes-
te vischtijd, wanneer men ook, op de breedte
van zeven en zeventig tot negen en zeventig gra-
den , somwijlen, honderd en vijftig schepen
van onderscheidene natiën ter walvischvangst zien
kan.
VRAGEN.
Wethe zoogdieren hunnen op het land en in
het water teven? — Hoedanig zijn hunne
voeten f — Welke houden zich in hel zoete,