Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 40 )
en reeds in het Oosten de gewigtigste bezittingen
uit (*), en geen ander dier zou in de woestij-
nen de plaats van den kameel vervangen kun-
nen. Juist dit dier is voor de gesteldheid van
genoemd deel des aardbols geschikt.
Even zoo is voor de koude Noordsche volken
het rendier van een onmisbaar nut, hetwelk
het gansche noordelijke werelddeel bewoont, en
dat wel, gelijk te Kamschatka, bij troepen van
duizend en meer stuks. Des zomers houdt het
zich meest in de bosschen, en des winters in
de vlakten op. Zijn voedsel bestaat in verdord
loof, doch voornamelijk in het, naar dit dier
dus genoemde, rendier - mos, hetwelk het
van onder de sneeuw opkrabt. Het rendier is
ook volkomen voor dit klimaat berekend, en
voor de Laplanders, de Kozakken, de Tungu-
zen en Samojeden van het veelvuldigste gebruik.
Het dier zelf dient hun tot trekken en lastdra-
gen ; met zijn vleesch en melk voeden zij zich;
uit de huid maken zij zich kleederen en tenten;
van de horens huisraad; van de beenderen
naalden; van de zenuwen garen.
Het schaap, dat nergens meer oorspronkelijk
wild gevonden wordt, maar vast in de oude we-
reld overal verspreid, en ook, na de ontdek-
king van Amerika, zoowel daar, als door den
beroemden cooK op eenige Zuidzeesche eilanden
gebragt is, is niet minder een allernuttigst dier.
Bijzonder zijn het de Spaansche en de Engelsche
om hunne fijne wol; de IJslandsche om hunne
vier, zes of acht horens; de Arabische en
Egyptische om hunnen grooten en wel veertig
pond zwaren vetstaart. Tusschen dc keerkringen
hebben de schapen, in plaats van wol, slechts
neêrhangend bokkenhaar, cn in Zuid - Afrika bo-
(') Zie «rsiiHGnE, GcschIcdL-nis der Wensclilicid, 2" 1).