Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 39 )
als huisdieren, het wijdst over den aardbol vol-
gen kunnen; terwijl tevens op bijzondere plaat-
sen zich zoodanige dieren bevinden, als voor hen
juist geschikt, en daar voor den mensch het aller-
nuttigst zijn, gelijk wij bij den kameel en het
rendier zien zullen.
De kameel wordt nog hier en daar in Azië,
inzonderheid in de woestijnen tussehen China en
Indië , in het wilde gevonden, en is voor geheel
het Oosten, en het noordelijke en binnenste ge-
deelte van Afrika het gewigtigste huisdier.
De kameel heeft eene vijfde maag of waterzak,
waarin hij voor vijftien of zestien dagen water
genoeg kan opnemen, zoodat hij in dezen lijd
niet behoeft te drinken. Dat water wordt bij
hem, gedurende dezen tijd, niet vuil of stin-
kend , maar blijft zonder reuk of smaak (*), Het
slechte voedsel, gelijk doornen en struiken, dat
voor andere dieren niets deugt en in de woes-
tijnen in menigte wast, dient den kameel lot
spijze; waarom hij ook met kraakbeenige lippen
cn zulk landvleesch voorzien is.
Voor aan de borst hebben do kameelen een'
grooten eekknobbel, en vier dergelijke kleinere
aan de voor- en achterpooten, welke hun die-
nen om te leunen , als zij moede zijn , of ,
gelijk ter verkrijging van hunnen last, om zich
er op neder te leggen.
Met regt noemen de Arabieren dit voor hen
zoo nuttige dier het schip der woestijnen. In ge-
heele menigten, karmanen genoemd, vervoe-
ren zij met dezelve alle goederen, daar zij dui-
zend en meer ponden dragen, en hiermede da-
gelijks omstreeks vier Duitsche mijlen afleggen.
In de aartsvaderlijke tijden maakte^ de kamee-
(*) Zie BRUCE, Reize naar de bvoimen van den Nijl,
D. , hl. !95.