Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 34 )
die aan do oevers van de Jenisei gevonden wordt,
is liet kleinste van al de zoogdieren, als we-
gende ongeveer dertig greinen. De walvisch is
van alle de grootste.
De olifant wordt in het zuidelijk deel van
Azië cn in het midden en zuidelijk deel van A-
frika gevonden; in Azië wordt hij als een huis-
dier, inzonderheid tot lastdragen, gebruikt, daar
hij wel twintig centenaars dragen, en met de
'grootste lasten bergen beklimmen kan, dewijl hij
GQix' zeer vasten gang heeft. Hij zwemt zeer
gemakkelijk, zelfs door snelstroomende rivieren.
Zijn voedsel bestaat meest in het loof van boo-
men , in rijst cn andere planten. Het voor-
naamste werktuig bij den olifant is de snuit,
welke hem tot ademhalen, lot den zoo scher-
pen reuk, tot water scheppen, lot het opne-
men en in den mond brengen van voedsel, en
lot duizend andere einden, als in de plaats van
handen strekt; hij kan denzelven wel drie ellen
ver uitstrekken, en tol anderhalf el wederom
intrekken. Aan het einde is deze snuit met een^
buigbaren haak voorzien, en hierdoor kan dit
dier cr zeer kunstige en handige verriglingen mede
doen, gelijk knoopen- losmaken, vele stukken geld
ineens opnemen, enz.
De olifant wordt wel vijftien voet hoog;
heeft het verbazende gewigt van zeven dui-
zend pond; kan bij de twee honderd jaren
oud worden, en offchoon zijne huid op den rug
wel de dikte van een' duim heeft, is deze toch
voor den steek der insecten gevoelig. Ongeveer
in het derde of vierde jaar komen bij de beide
geslachten de twee groote slagtanden te voor-
schijn, die het ivoor opleveren, hetwelk door
de Europeanen zoo zeer gezocht wordt. Deze
landen worden wel vaA zeven tot acht voeten lang,
en een kan wel twee honderd ponden wegen.