Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ )
sehe en verbazende zoowel, als het kunstige en
fijne, dat door de nienschelijke hand gewrocht
wordt, en gij zult in verwondering opgetogen
staan. — De mensch is een alles-etend dier;
van beide de bewerktuigde rijken nuttigt hij de
menigvuldige voortbrengselen. Hij leeft in alle
luchtstreken, en ook hierin evenaart hem bijna
geen dier. De koude bij den noorder-aspunts-
kring weet hij zich dragelijk te maken, en de
hitte onder den evenaar verschroeit hem niet. —
Zijne zamenstelling week en zacht, gevoelig
en aandoenlijk, en echter heeft hij eene groote
levenskracht, en bereikt, in evenredigheid van
zijne ligchamelijke zamenstelling tot die van an-
dere dieren, den hoogsten ouderdom. — Hij,
eindelijk, is met het volkomensle spraakvermo-
gen begunstigd, en heeft voor zich eene taal
uitgevonden, waardoor hij zijne begeerten, kun-
digheden , voornemens, ja, wat hij slechts wil,
aan anderen kan doen verstaan, en dus hierdoor
do grootste voordeelen en aangenaamheden des
gezelligen levens genieten. — Naar het ligchaam
is dus reeds de mensch een allervoortreffelijkst
wezen.
VRAGEN.
Munt de mensch ook naar het ligchaam bo-
ten de andere dieren uitf — Hoe is zijne ge-
stalte^ — Hebben ook andere dieren volkomene
handen"^ — Hoe kunnen die der menschen ge-
noemd wordend — Wat verrigt hij door de-
zelcef — Welk voedsel gebruikt de mensch'^ —
Kunnen ook andere dieren zooveel verschillend
toedsel gebruiken ? — Waarom niet ? — In
welke luchtstreken leeft de mensch"^ — Kunnen
«ndere dieren ook in alle bichtstrcken leven f —