Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
'28 )
zal hij zoo ver komen, om op zich zeiven te kön-
nen slaan, en op eene verstandige wijze voor
zich zeiven te zorgen. Gelijk de ziel dus al-
lengs toeneemt in kennis, moet ook het lig-
chaam zich allengs ontwikkelen en volkomen wor-
den. Hoe ellendig zou het toch staan, zoo men
menschen naar het ligchaam wel volwassen zag,
maar die nog eene geheel kinderlijke ziel had-
den! — Hoeveel wanorde moest daaruit niet ge-
boren worden!
Bovendien moet de mensch een hulpbehoevend
schepsel zijn en blijven, omdat hij voor het ge-
zellig leven bestemd was; omdat zijne vermo-
§ens zich moesten ontwikkelen, en elke trede,
ie hij tot verdere volkomenheid doet, hem de
edelste vreugde zou schenken. Nood leert uit-
vinden , scherpt de vermogens van den geest op,
breidt de kundigheden uit en vereenigt onder-
scheidene krachten; en daar de mensch dus,
zoo hij alleen op zich zeiven op deze aarde was,
een zeer ongelukkig schepsel zou moeten zijn,
zoo kan hij door het gezellig maatschappelijk
leven, waarin de menschen elkander wederkee-
rig helpen, het voortrefTelijkst en tevens geluk-
kigst schepsel zijn; waarom ook god den smaak
en geheel den aanleg der menschen zoo verschil-
lend heeft doen zijn, dat sommige lust en ver-
mogens tot datgene hebben, hetwelk anderen
weder geheel niet bevalt, en waarvoor ook zij
ongeschikt zijn. — Zoo zijn er geleerden, kun-
stenaari, handwerkers, landbouwers , koop-
lieden, schippers, enz.
VRAGEN.
Welk schepsel is het meest hulpbchoeccndf —
Waaruit blijkt dit ? — Waardoor heeft üou