Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 15 )
veren staal. — Alle visschen zijn hierom vleesch-
vretende, en ook eene groote menigte van land-
dieren; en deze zijn juist op die tijden en plaat-
sen voorhanden, als voor de huishouding der Na-
tuur het nuttigst is, gelijk de insecten in den
zomer, en de meeste verscheurende dieren in de
heete luchtstreken. — Hier is toch de Natuur
het rijkste in hare voortbrengselen, en gaat alles
het spoedigst tot verrotting over. — Ook kun-
nen deze dieren — zoo wijs en goed is god —
in geene andere luchtstreken leven.
Omdat de geheele in- en uitwendige zamen-
stelling en het instinct der dieren volkomen voor
hunne huishouding en behoeften berekend is ^
ziet men ook nooit een dier , in den vrijen staat,
iets ondernemen , waartoe de Schepper het
niet in slaat f:;esle!d heeft, of hetwelk voor het-
zelve noodlottig zou zijn. De vloo springt
twee- of drie honderd malen verder, dan zij lang
is; de spin en rups laten zich zonder gevaar
van boven nedervallen ; maar zoo een van beide
door het paard, de koe, of eenig ander zwaar
dier ondernomen werd, zouden zij verplet wor-
den (*).
V R A G E N.
Waarvoo?- is de vit- en inwendige zamenstel-
ling der dieren volkomen bepaald? — Heeft er
ook in dezen eene groote verscheidenheid plaats? —■
Hoe kan men de dieren, ten opzigte van hun
voedsel, algemeen onderscheiden? — Hoedanig
zijn de tanden en ingewanden der plant-elende
(') Deze led dient, wegens do schootie en gewigtige,
daarin bevatte, onderwerpen, verder te worden uitgebreid.
In >HKtLiKs Philos. der Naturgeschielite zal men, TIi I.» S.
262, en op vele andere plaatsen , hierover ve(^l bijzonderhe-
den kuniiLMi vinden.