Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 9 )
Alle planten en dieren hebben zekere en on-
veranderlijke gedaanten, waardoor wij altoos de
eene van de andere kunnen onderscheiden, ge-
lijk wij den eikenboom, door zijne gedaante.
kunnen onderscheiden van een' lindeboom, een'
appelboom van een' kersenboom, een' hond van
eene kat, enz., welke gedaante of vorm zij ter-
stond bij hunne geboorte verkrijgen, door voed-
sel onderhouden, en zoo er eenig gebrek bij
ontstaat, zooveel mogelijk herstellen. Maar nu
moet er ook wederom eene oorzaak zijn, waar-
door alle planten en dieren eene zekere gedaante
aannemen en behouden; en deze oorzaak noemt
men vormdrift. Want wanneer, bij voorbeeld,
een eikel, eene haverkorrel, of eenig ander zaad ,
in eenen vruchtbaren grond gelegd wordt, zoo
heeft het eene drift, om zich tot een' eiken-
boom of haverplant te vormen, en neemt dan
door deze vormdrift de gedaante van een' eiken-
boom en haverplant aan. Even zoo is het met
al de bewerktuigde ligchamen gelegen. Zoo ne-
men vervolgens planten en dieren uit het voed-
sel, door vormdrift, zulke stoiFen aan, waardoor
zij groeijen, of zich onderhouden, als met hunne
natuur overeenkomt.
Door vormdrift, alverder, wordt het verlies
van deelen, of het gebrekkige, zooveel moge-
lijk wederom hersteld. Deze her stellinj'skr acht
wordt in gewone en ongewone onderscheiden. De
gewone heeft plaats, wanneer dieren of planten
op eene natuurlijke wijze eenige deelen verliezen,
en weder verkrijgen; gelijk het afwerpen van de
horens bij de herten, het wisselen der tanden
bij de meeste der kaauwende dieren, het ruijen
bi] de vogelen, het verharen bij de viervoetige
dieren, het afwerpen van de huid bij de slan-
gen , van de schalen bij de kreeften, het afval-
len der bladen in het groeijend rijk in den herfsl.,