Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
TAFEL voor de Verdeeling der Zoogdieren ia negen Orden en negen en veertig Geslachten, benevens derzelver Soorten ,
volgens de laatste opgave van Prof. biumenbach.
Orde. tw^eehandige.
1. Gesl. De Mensch.
Orde. vierhandige.
2. Gesl. Apo.".......
3 .__Bavianen.....
4 .___Meerkatten- - - ■
5. __ Spö°'"l'eren- - •
Orde. vliesvieugelige.
6. Gesl. Vledermuis.
'v- Orde. losgevingerde.
a.. knaagdieren.
7. Gesl. Eeklioorn.
8 .__Relmuia.
9 .__Mui».
10 .__Marmot.
11 .__Ratkonijn.
12 .__Haas.
13 .--Springrat.
U.__Stekelvarken.
b. roofdieren.
15. Gesl. Egel.
IG.__Spitsmuis.
17___Mol.
18 .--Boschrat.
19 .__Stinkdier.
20 .--Wezel.
21 .--Beer,
22 .--Hond.
23---Kat.
C. TANDEIOOZE.
24. Gesl. Luiaard.
25 .--Miereneter.
26 .--Schubdiar.
27 .--Armadil.
{
Er is slechts één tweehandig, redelijk weien, de Mensch; zoodat
de llensch ééne Orde, één Geslacht en ééne Soort uitmaakt.
Vier volkomene handen.
Zijn met en zonder staart.
Hebben eenigzins een' varkenskop.
Zijn met en zonder grgp- of rolstaarten.
Of Bastaard-Apen.
*
Nachtdieren, waarvan verschillende Soorten door alle werelddeelen
verbreid zijn. Zij zijn de eenigste Zoogdieren, die zich in de
lucht kunnen ophouden en vliegen.
Zoogdieren met losse teenen aan de vier voeten, welke , overeen-
komstig hun gebit, in de volgende drie Familien vallen ; eJs :
Hebben een gebit als de Huizen.
1. Vliegende , en 2, Gewone Eekhoorn. Inlandsch.
1. Eetbare Relmuis. Int. 2. Kleine Hazelmuis.
1. Wortelmuis. 2. Boschmuis. Int. 3. Veldmuis. Inl. 4. Huis-
muis. Inl. 5. Rat. Inl.
I. Alpische. 2. Zizelmarmot. 3. Hamster. 4. Lemming. 5. Blindmuis.
1. Guineesch Biggetje. 2. Indiaansche Konijn.
1. Haas. Inl. 2. Konijn. Int.
1. Kanguro van Nieuw-Holland. 2. Egyptische Springrat.
. 1. Gekuifd Stekelvarken, in Afrika en Azië.
En eenige soorten met een gelijk gebit.
•I. Europesche Egel. Inl. 2. langöorige Egel, op Malakka.
1. Gewone. Inl. 2. Water. Inl. 3. Kleine Spitsmuis.
). Mol, een nnderaardsch dier , overal in de oude wereld.
1. Sarinaamsche. 2. Buidelrat, beide in Amerika.
1. Civetkat. 2. Genetkat. 3. Amerikaansch Stinkdier. 4. KroKO-
dillen-dooder. 5. Grootoorig Stinkdier.
1. Marter. Inl. 2. Bonsem. 3. Sabelwezel. 4. Fret. Inl. 5. Her-
melijnwezel. 6. Gewone Wezel. Inl.
I. landheer. 2. Ijsbeer. 3. Veelvraat. 4. Honigdas. 5. Das.
6. De Rakoön.
1. Hond (verscheidene rassen). 2. Wolf, 3. Vos. 4. Hyena.
K J.Lh.l.,
1. Leeuw. 2. Tijger. 3. Luipaard, (i^öpard). 4. Panter. Ö, Ja-
guar. 6. Kuguar. 7. losch. 8. Kat.
Ten minste zonder voortanden.
I • Drievingerige Luiaard , in Guiana.
1. Tweevingerige Miereneter, in Zuid-Amerika.
Viervingerig Schubdier, op Formosa en in Azië.
1. Scbildvarken, in Zuid-Amerika.
V. Orde. EENHOEVIGE^
28. Gesl. Het Paard.
VI. Orde. HERKAAÜWENDE.
29. Gesl. Kameel.
30 .--Geit.
31 .--Hertebok.
32 .--De Os.
33 .--Kameelpardel.
34 .--Hert.
35 .--Muskusdier,
VII. Orde. VEELHOEVIGE.
36. Gesl. Zwijn.
37 .--Waterzwij'n.
38 .--Olifant.
39 .--Neushoorn.
40 .--Rivierpaard.
VIII. Orde. ZWEMPOOTIGE.
A. KNAAGDIEREN.
41. Gesl. Bever.
B.
ROOFDIEREN.
42, Gesl. Zeehond,
43 .--Otter.
C,
PLANT-ETENDE.
44. Gesl. Vogelbekdier,
45 .--Walru«.
IX, Orde. WALVISSCHEN.
46. Gesl. Zeeëenhoorn.
47 .--Walvisch.
48 .--Kazilot.
49 .--Dolfijn.
1. Het Paard. Inl. 2, Ezel, 3. ^aapsche Ezel of Zebra.
Dieren met gespleten klaauwen.
■ 1. Gewone. 2. Tweebultige. 3. Peruviaanschel 4. Schaapkemel.
1. Schaap. Inl. 2. Ammonsschaap. 3. Bok. Inl. 4. Steenbok.
«>l 1. Klipgeit. 2. Afrikaansche Gazelle. 3. Pronkbok.
1. Stier. Inl. 2. Bultige Stier. 3. Buffel. 4. Knorbuffel. 5. Bi-
samstier.
I 1. Kemelpardel.
1, Eland. 2. Damhert. 3. Rendier. 4, Het Hert. 5. De Ree.
'I. Muskusdier. 2, Guineesch Reetje.
Meest »eer groote, lompe, dunbehaarde Zoogdieren, met meer dan
twee klaauwen aan eiken voet,
1, Zwijn, Inl, 2. Etiopisch Zwijn, 3. Muskus-Zwijn, 4. Babiroussa-
Zwijn.
1. Waterzwgn of Tapir, het grootste landdier in Zuid-Amerika.
1. Olifant, het grootste van alle landdieren,
1' Aziatische. 2. Afrikaansche Neushoorn.
1. Rivierpaard, in Zuid-Amerika, een lomp, log dier, weegt wel
vier duizend pond.
Worden, volgens hun geluid, in drie Familiën verdeeld.
In de noordelyke deelen des aardbols.
lil.
Rob. Inl. 2. Zeebeer. 3. Zeeleeuw.
Gewone. Inl. 2. Zeeötter.
Geene voortanden.
O ^
S I 1. Vogelbekdier van Nieuw-Holland.
g l I. Noordtohe Walru». 2. Zeekoe.
f 1, Zeeëenhoorn , in den Noordelijken Oceaan.
" 1, Walvisch. 2. Vinvisch.
1, Potvisch, bgna zoo groot als een Walvisch.
1. Bruinvisch, 2. Tuimelaar, 3, Noordkaper.
Nota. Alle Soorten, waarbij Inl. (Inlandsche) staat, worden ook in ons Vaderland gevonden.