Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 115 )
vindt op de kaikvlotbergen van het tegenwoor-
dige vasteland ; ten derde , die gemetaliseerd ^
of met metaalachtige sloffen doortrokken zijn ,
en eindelijk, ten vierde, die als verharst, en
dus met aardpek of andere brandbare delfstoffen-
zijn doortrokken , gelijk het bitumineuse hout.
Verder onderscheidt men de versleeningen,.
volgens de kennis, die men van de oorspronkelij-
ke voorwerpen heeft, in bekende, twijfelachtige
en in onbekende. Onder die van onbekende
voorwerpen rekent men dezulke , van welke
men thans geene oorspronkelijke voorwerpen meer
vindt, en die dus gerekend worden tot de
onbekende schepselen der voorwereld te zullen
moeten behooren, gelijk de mammouth, de am-
monieten en andere. De mammouth moet een
verbazend groot landdier geweest zijn, de groot-
te van den grootsten olifant ver te boven gaande,
gelijk uit de gevondene beenderen in Noord-Ame-
rika is op te maken.
In den St. Pietersberg, bij Maastricht, heeft
men ook belangrijke overblijfselen van onbekende
dieren gevonden, waarvan gij de afbeeldingen
eens zien en de beschrijving lezen moet.
VRAGEN.
Welke ligchamen worden, behalve de reeds over-
wogene, nog meer tol het delf stoffelijk rijk ge-
bragt? — Van waar zijn deze ligchamen oor-
spronkelijk? — Waarover verspreiden de ver-
sleeningen veel licht? — Waaruit kan men be-
sluiten , dat onze aarde groote veranderingen
ondergaan ^heeft ?
Hoe velerlei soort van versteeningen onder-
scheidt men? — Hne verdeelt men de verstee-