Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 114 )
gegevene verdeeling des delfstoffelijken rijks, lot
aarden , zouten , brandbare delfstoffen of me-
talen behooren, worden nog tol hel delfstoffelijk
rijk gebragt zoodanige ligchamen, welke van
een' bewerktuigden oorsprong zijn, doch door
den tijd , en onder zekere omstandigheden, in
plaats van ter verrotting, lot eene verharding
of versteening zijn overgegaan, met welke zij
wel meer of min hunne uitwendige gedaante heb-
ben behouden, maar al de overige eigenschap-
pen van bewerktuiging verloren hebben.
Deze ligchamen worden dan ook hierom ver-
steeningen genoemd; en derzelver kennis- ver-
spreidt veel licht, zoowel over de vorming van on-
zen aardbol, en de daarmede plaats gehad heb-
bende omwentelingen, als over den betrekkelijken
ouderdom der bergstoffen in het algemeen, en
over de wijze van het ontstaan van vele vlotge-
bergten in hel bijzonder.
Welke omwentelingen toch moet onze aardbol
niet hebben ondergaan, daar men versteende zee-
dieren op de Savooische bergen, ter hoogte van
zeven duizend acht honderd vier en veertig voet
boven der zeeën oppervlakte, gevonden heeft,
en in Cumberland, op eene diepte van twee
duizend voet beneden de hoogte der zee', af-
druksels van varenkruiden aantreft, welke ge-
woonlijk in bosschen groeijen !
Algemeen zijn de versteeningen, of van dieren,
of van gewassen herkomstig; bij welke men dan
vierderlei soort van versteeningen onderscheidt:
als , ten uerste, dezulke, die alleen eene ver-
kalking ondergaan hebben, en welke voorwerpen
voornamelijk in de aangeslijkte aardbeddingen ge-
vonden worden; ten tweede, die eene wer-
kelijke versteening ondergaan, en dus eene vol-
komen steenachtige hardheid verkregen hebben,
gelijk men alzoo vele onbekende zeeschepselen