Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 107 )
terwijl ook de dampkring zijne zuurstof cr aan
mededeelt, die voor het eerste ontkiemen der
zaden inzonderheid noodig is. Gij ziet dus hier-
uit , waarom men de landen bemest.
Het veen, hetwelk ook op vele plaatsen van
ons Vaderland tot zulk een uitgestrekt nut rij-
kelijk gevonden wordt, is zijnen oorsprong
geenszins aan aanspoeling bij overstroomingen
verschuldigd, maar op de eigene plaatsen, waar
het zich thans bevindt, door de zamenpakking
van zekere moeras- en waterplanten ontstaan;
zoodat men zelfs door het aankweeken van deze
planten de uitgegravene veenpoelen van nieuws
met veen kan doen aanvullen.
Het vöen is dus wel geene aarde, noch be-
hoort eigenlijk tot het delfstoffelijk, maar veeleer
tot het groeijend rijk; doch het wordt bij het
laatste_ rijk geplaatst, omdat het tot eene on-
bewerktuigde stof is overgegaan.
VRAGEN.
Welke eigenschap heeft de levende kalk? —
Van waar komt de kalk, welken wij tot het metse-
len van steenen gebouwen gebruiken? —■ Welke
ligchamen behooren tot dit aardgeslacht?
Hoe onderscheidt men de teelgronden ? —
Waarmede is een vruchtbare grond verbon-
den? — W^at deelt de dampkring aan den grond
mede? — Waartoe dienen deze grondstoffen? —
Van waar is het veen herkomstig? — Kan men
dan ook de uitgegravene veendobben van nieuws
met veen doen aanvullen? — Waartoe behoort
dus eigenlijk het veen? — Waarom ivordt het
echter onder het delfstoffelijk rijk geplaatst? ■—