Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 98 )
er meer dan tachtig duizend onderscheidene soor-
ten op dezen aardbol bestaan, onder welke
voorzeker de grootste verscheidenheid gevonden
wordt.
Op de volgende wijze kan het groeijend rijk
natuurlijk verdeeld worden , als in :
Schimmels; zij ontstaan spoedig op de tot den
eersten staat van verrotting overgaande dierlijke
en groeijende ligchamen. Zij zijn het minst Ï3e-
werktuigd. ■
Paddestoelen; deze zijn ook nog weinig bewerk-
tuigd , en hebben gewoonlijk eene vleesch-,
leer- of houtachtige gedaante.
Wier ; dit komt de planten wat nader bij;
maar men kan er noch steel noch bladen bij onder-
scheiden ; deszelfs gedaante is zeer verschillend.
Een zeker soort van zeewier (fucus giganteus)
heeft een' steel niet veel dikker dan eens men-
schen duim, en groeit wel ter lengte van zestig
vademen (*).
Mossen; deze hebben de uitwendige gedaante aan
de planten gelijkvormig, maar zijn door bloem
en vruchten zeer onderscheiden.
Grassoorten; zij hebben gelede stengels, die
men halmen noemt, en zeer smalle bladen. De
bloemen zijn zeer verschillend van die der an-
dere gewassen , dragende iedere bloem ook slechts
één zaadje. De graansoorten behooren hieronder,
benevens het gewone gras en het suikerriet.
Leliën; deze hebben uijen- of knolachtige wor-
telen , smalle bladen, prachtige bloemen zonder
kelk, of in plaats daarvan eene scheede. Alle
bolgewassen behooren hiertoe.
Palmen; zij hebben een' boomvormigen stam,
doch zijn geheel zonder takken, daar de bladen
uit den stam voortkomen. Zij zijn de prachtig-
(•) Zie COOK.'» Reizen, D. 1, bl. 05, en D. VIII , bl. 120.