Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange, 1848
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5671
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202819
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie, in leeslesjes voor de jeugd: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
TWEE EN VEERTIGSTE LES.
Vermenigvuldiging der gewassen.
Bij hetgene wij reeds nopens de vermenigvuldi-
ging in de bewerktuigde rijken in liet algemeen
gezegd hebben, moeten wij hier nog de drieder-
lei wijze van voortplanting voegen, die er bij de
;ewassen kan plaats hebben: als ten eerste,
oor wortels, afleggers, of loten; ten twee-
de , door oogen, en ten derde, door za-
den. — Ofschoon wij bij de polypen gezien
hebben, dat ook deze, als 't ware, door af-
leiders of loten voortgeplant, of vermenigvul-
digd kunnen worden, zoo kan echter deze wij-
ze van vermenigvuldiging gezegd worden niet
lot het dieren -, maar tot het groeijend rijk te
Behooren. Vele gewassen planten zich, op deze
wijze, van zelve voort, gelijk inzonderheid de
heesters, en bij vele andere kan het door kunst
gemakkelijk geschieden.
De Indiaansche vijgeboom verdient in dezen
onze opmerking, daar zijne neerhangende takken
zoo spoedig wortels krijgen, als zij den grond
raken ; zoodat een zoodanig boompje, met der lijd,
een boschje vormen kan, welks stammen bo-
ven door hogen verbonden zijn, gelijk in Ben-
galen , eenige mijlen van Patna, zulk een In-
diaansch vijgeboomboschje van vijftig tot zes-
tig zamenhangende stammen gevonden wordt ,
hetwelk wel drie honderd cn zeventig voet in
middellijn heeft.
De tweede wijze van voortplanting is de minst
gewone.
De oogen, of knopjes, die in den herfst dadelijk
boven de bladstul()jes gevonden worden, en in