Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
;o

A
guwoMc of iiilspi ingcnde lioektMi ATfi,
ATC en BTG, die twee aan twee met
hunne beenen aan elkaAr sluiten, en
een gemeenschappelijk hoekpunt T heb-
ben , en het gedeelte der onbepaalde
ruimte, dat tusschen deze drie vhikke
hoeken begrepen is, noemt men een
(Irievlakkigen hoek, waarvan de oneindig verlengde lijnen TA, T|{
en TC de ribben heeten, en T de top. De vlakke hoeken ATB,
ATC en BTC eitidelijk , die den drievlakkigen hoek bepalen, wor-
den zijne zijden of zijvlakken genoemd.
Ten einde den betrekkelijken stand der ribben TA, TB en TC
in de figuur annschouwelijker te maken , teekent men den drie-
vlakkigen hoek gewoonlijk, als waren zijne ribben en derhalve ook
zijne zijden gesneden door een vierde vlak ABC; intusschen dient
dit alléén om den drievlakkigen hoek duidelijker te teekenen , eit
men moet zich derhalve de daarbinnen begrepen ruimte niet als
geheel begrensd voorstellen: de ribben TA, TB en TC eindigen
niet in de punten A, B en C; zij zijn door die punten heen on-
eindig verlengd, en aldus moet men zich den drievlakkigen hoek
altijd voorstellen.
2". Door een veelclakkigen hoek verstaat men eveneens het ge-
deelte der onbepaalde ruimte, dat op dezelfde wijze begrepen is
tusschen een lüillekeurig aantal vlakke hoeken, die, zonder in een
zelfde vlak te liggen, twee aan twee e^in gemeenschappelijk been,
en alle onderling een gemeenschappelijk hoekpunt hébben ; terwijl
ook hier al het pas opgemerkte geldt. Klaarblijkelijk worden er
lot het bepalen van een veelvlakkigen hoek ten minste drie zij-
vlakken vereischt, terwijl verder dier aantal zoo groot genomen
kan worden als men verkiest.
3". Men onderscheidt de veelvlakkige hoeken in drie-, vier-,
vijfvlakkige hoeken, enz., naar gelang van hun aantal zijvlakken.
Fii?. 183. Om eenen veelvlakkisen hoek te be-
r) o
noemen, begint men met de letter, dio
aan zijn top geplaatst is, en laai daarop
in geregf 1de orde de letters volgen, die
elk aan eetie zijner ribben staan. Al-
dus i.^ TABCDlï (Fig. 183) een vijfvlak-
kige hoek, die T tot top, TA, TB, TC,