Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEGINSEIEN DER MEETKUNST.
ovkr i)kx bctrbkkelijebn staxd van regte lijnen bn
platte vlakken.
182. Bij al het voorgaande hielden we ons uitsluitend bezig
met vlakke figuren, dat is, met dezulken die in een plat vlak
liggen; dit stelde ons in staat de beschouwde uitgebreidheden in
hare wezentlijke gedaante af te beelden (g 7). Thans overgaande
tot de beschouwing van figuren inde ruimte, dat is, van dezulke ,
die niet in één plat vlak liggen, maar wier deelen zich in
verschillende platte vlakken bevinden, of uit gebogen vlakken
bestaan, zullen wij genoodzaakt zijn, de te beschouwen uitge-
breidheden perspectivisch af te beelden , dat wil zeggen, zoodanig
als zij zich, uit eenig standpunt beschouwd, aan het oog voor-
doen. Bij het aldus afbeelden der figuren zullen wij de zigtbare
lijnen trekken, en de onzigtbare, of degene die alleen, indien
de vlakken doorschijnend waren, zigtbaar zouden zijn, stippelen.
Ofschoon we stilzwijgend onderstellen, dat de afgebeelde lijnen
en vlakken onbepaald verlengd zijn, zoo zullen we toch de vlak-
ken moeten teekenen als waren zij begrensd, ten einde aldus
dier betrckkelijken stand duidelijk zigtbaar te maken. Daarom
zullen wij ze doorgaans in de gedaante van regthoeken afbeel-
den , en om zulk een vlak te benoemen, zullen wij de letters
bezigen , welke aan twee tegenoverstaande hoekpunten geplaatst
zijn van den regthoek , dio hel onbegrensde vlak voorstelt.
II.