Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
n n o ü d.
xxxv
Iciii beschrijven , dan , maar ook dan alléén , kan
men om de gegeven veelhoekige piramide één,
doch ook slechts één bol beschrijven........ Bladz. 140.
4". Om elke regelmatige piramide kan men één , doch
ook niet meer dan één bol beschrijven....... — 140.
§ 344. Werkstuk. Met een gegeven straal een bol te
beschrijven, die twee gegeven elkaar snijdende
platte vlakken aanraakt, en door een gegeven punt
gaat, dat buiten die vlakken ligt............ — 141.
§ 345. Wanneer de meelk. pl. van een punt in de ruimte
uit een of meer regte of kromme lijnen bestaat, dan
blijkt daaruit, dat men het punt reeds aan twee
voorwaarden heeft laten voldoen. Opgaaf van een
paar zulke meetk. plaatsen................. — 142.
§ 346. Werkstuk. Eenen bol te beschrijven, die een ge-
geven bol iu een gegeven punt raakt, en door
een gegeven punt gaat................... — 144.
§ 347. Somtijds vereenvoudigt men de constructie van
eenig werkstuk , door twee voorwaarden zamen
te trekken. Vooi'beeld van deze vereenvoudi-
ging.................................. — 144.
vraagstukken kn oefëningen ter toepassing...... — l46.
Over den betrekkelijken stand van regte lijnen en platte
vlakken, §182—§242...........................................— 146.
Over de veelvlakkige ligchamen, § 242 —§ 269..........148.
Herhaling, § -82— § 269............................................— 151.
Over de inhouden der veelvlakkige ligchamen , § 269 —
§ 289............................................................................— 154.
Over de eenvoudigste omwentelings-ligchamen, § 289 —
§ 337....................................................— 159.
Herhaling, § 182— § 337..............................................— 169.
Over de meetkunstige plaatsen, § 337 — § 347..........— 171.