Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
xxxiv. inhoud.
mei hunne hoogten , of met de stralen der bollen ,
waaruit zij gesneden worden.............Bladz. 130.
Tweevlakkige bolvormige sectoren zijn gelijk-
vormig, wanneer zij gelijke standhoeken hebben. — 130.
§ 334. Stelling. Van gelijkvormige kegels zijn de ronde
oppervlakken evenredig met de Iweede-magten.
en de inhouden evenredig met de derde-magten
der gelijkstandige lijnen van de beschrijvende
figuren............................. — 130.
335 Stelling. Van gelijkvormige cilinders eveneens. — 130.
§ 336. Stelling. Van willekeurige l)ollen zijn de opper-
vlakken evenredig met de tweede-magten , en de
inhouden met de derde-maglen der stralen of
middellijnen............................ — 131.
AANHANGSEL.
over de meetkunstige plaatsen.
§ 337. Wat men door eene meetkunstige plaats van pun-
ten in de ruimte verstaat................... — 133.
§ 338. Somtijds bestaat zij uit een stelsel van platte of
gebogen vlakken... ................... — 134.
§ 339. Opgave van eenige der meest voorkomende meet-
kunstige plaatsen..................... — 134.
§ 340. Wanneer tolde constructie vaneen werkstuk het
vinden van een punt in de ruimte vereischt wordt;
dan moet dat punt aan drie onderling onafhan-
kelijke voorwaarden voldoen................ — 137.
§ 341. Als zulk een punt aan twee voorwaarden voldoen
moet, zijn er oneindig veel punten, die de vraag
vervullen, en dan is do meetk pl. dezer punten uit
een of meer regte of kromme lijnen zamengesteld. — 137.
§ 342. Het gebruik der meetk. pl. bij de constructie van
werkstukken opgehelderd...... ............ — 138.
§ 343. Wehkstuk. Eenen bol te beschrijven, die door
vier gegeven punten gaat.............. . . — 138.
Gevolgen. 1°. Wanneer vier gegeven punten niet
in een zelfde vlak liggen, bestaat er altijd één,
doch ook slechts één bol, wiens oppervlak door
de gegeven punten gaat.................... — 140.
2®. Men kan altijd één, doch ook slechts één nol om
eene gegeven driehoekige piramide beschrijven.. — 140.
3®. Wanneer men om den veelhoek, die eener veel-
hoekige piramide tot grondvlak strekt, een cirkel