Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD.
XXV,
door r, en zijne schuine zijde door s; dein is:
O =^rs.............................Bliidz. 97.
3®. Het ronde opjiervlak van eenen kegel wordt ook
gevonden door zijne schuine zijde te vernnenig-
vuldigen met den omtrek der cirkelvormige door-
snede, welker vlak loodregt staat op het midden
der as; het wordt mede gevonden door de hoogte
van den kegel te vermenigvuldigen met den om-
trek des cirkels, welks straal de lijn is, die
loodregt op het midden der schuine zijde lot aan
de as gelrokken wordt...... ........... — 97.
Aanmerking, liet ronde oppervlak eens kegels is
ontwikkelbaar; de ontwikkeling van dal ronde
oppervlak levert een cirkelsector op , welks straal
de schuine zijde is van den kegel, en welks boog
even lang is als de omtrek van het grondvlak
des kegels. Hierin ligt een ander middel opgeslo-
ten om de stelling van § 296 te bewijzen...... — 98.
§ 297. Stelling. De inhoud van eenen kegel wordt ge-
vonden door den inhoud van zijn grondvlak te
vermenigvuldigen met één-derde der hoogte.... — 98.
Gevolgen. Wanneer men den inhoud des ke-
gels door I voorstelt, den straal van zijn grond-
vlak door r. en zijne hoogte door /i; dan is;
2'

De inhoud eens kegels wordt ook gevonden door
zijn rond oppervlak te vermenigvuldigen met één-
derde der loodlijn, uit het middelpunt van 't grond-
vlak op de schuine zijde neergelaten..........
g 298. Bepaling. Een afgeknotte kegel is een omwenlelings-
ligchaam, voortgebragt door de omwenteling van
een reglhoekig trapezium om zijne regthoekszijde.
De cirkels, door de evenwijdige zijden beschre-
ven, noemt men het grond— en bovenvlak; hun
onderlinge afstand , of de regthoekszijde van het
trapezium, heet de hoogte, en de overblijvende
zijde noemt men de schuine zijde van den afge-
knollen kegel............... . . . .........
Gevolgen. Een afgeknotte kegel wordt vol-
komen bepaald door zijne hoogle en de stralen
van zijn grond- en bovenvlak. Bovendien kan
rnen uit deze afmetingen dc hoogte van den ge-
heelen kegel en van hel afgesneden stuk berekenen.
Ook de schuine zijden van den geheelen kegel en
van het afgesneden stuk kan men in die van den
98.
~ 99.
99.
— 99.