Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
xxiv. inhoud.
regt op de ds siaaii, het grond- en bovenvUtk
de^ cilinders. . ........................ Bladz 92.
Wanneer de centrale doorsnede een vierkant is,
zoodat de hoogte des cilinders gelijk is aan de
middellijn van zijn grondvlak , heet de cilinder
gelijkzijdig.............................. — 93,
c. De bol, Noortgebragl door de omwenteling van
een halven cirkel om de middellijn, die hem be-
grenst. De halve cirkel-omtrek beschrijft het
oppervlak van den bol, welks punten alle even
ver van het middelpunt der beschrijvende figuur
verwijderd zijn , weshalve dil het middelpunt van
den bol heet.
Dö straal der be.schrijvende figuur heet de straal
van den hol. Elke lijn, die twee willekeurige
punten van het oppervlak eens bols vereenigt,
noemt men eene koorde van den bol; wanneer
deze door het middelpunt gaat, de middellijn van
den bol................................... — 93.
Aanmki\king. De hier beschouwde regte cirkel-
vormige kegel en cilinder zijn slechts bijzondere ,
en wel bepaaldelijk de eenvoudigste soorten van
kegels en cilinders...................... — 94.
§ 294. Bepaling. Dewijl wij ons alleen met de regte
cirkelvormige kegels en cilinders zullen inlaten,
zullen wij die in 't vervolg blootweg met deji
naam van kegel of cilinder bestempelen........ — 95.
§ 295. Bepalingen. 1®. Eene omgeschreven regelmatige pi-
ramide van den kegel is eene regelmatige pira-
mide, welker grondvlak een omgeschreven regel-
matige veelhoek van het grondvlak des kegels is,
eu welker lop in dien des kegels ligt......... — 95.
2°. Hieruit laat zich gemakkelijk afleiden, wat men
door eene ingeschreven regelmatige piramide van
den kegel verstaat........................ — 96.
.3". Door het ronde oppervlak van zulk eeno piramide
verstaat men de som der opstaande zijvlakken.. — 96.
§ 296. Stelling. Het ronde oppervlak van eenen kegel
is gelijk aai» den omtrek van zijn grondvlak , ver-
menigvuldigd niet de halve schuine zijde...... — 96.
Gevolgen. 1°. Uit het bewijs dezer stelling blijkt,
dat men den kegel beschouwen kan als eene
regelmatige piramide van een oneindig groot aan-
tal zijvlakken.......................... — 97.
2". Wanneer men het ronde oppervlak des kegels
door O voorstelt, den straal van zijn grondvlak