Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
■■-' u m
INHOUD.
XXIII
figuren
vende
cleiizelfdeii
de om weüleliiigs-assen liebben,
jelijk eu gelijkvormig zijn , en
betrekkelijken stand ten opzigte van
§ 293. Uepalingen. Oe eenvoudigste onnvenlelings—ligcha '
men zijn de volgende :
a. De regte cirkelvonnige kegel, voortgebragt dooi-
de omwenteling van een regthoekigen drieiujek
om eene zijner regllioekszijden. Ue hypollienus.»
wordt de scluiine zijde van den kegel genoemd;
zij beschrijft hel ronde oppervlak , en de eene
regthoeksz'ijde het grondvlak vatj den kegel. Ue
centrale doorsnede noemt men den asse—driehoek;
deze is gelijkbeenig, en zijn top en tu[)hüek
noemt men den top en den tophoek des kegels.
De kegel huei gelijkzijdig, w.uiueuv zijn asse-
driehoek zulks is. . , .................
b. De regte cirkelvorniige cilinder, voortgebragt
door de omwenteling van een reglhoek om eene
zijfjer /.ijden. De zijde, die tegenover de osuwen-
te!ings-as staat, beschrijft het ronde opper dak
van den cilinder, rn d<' beide zijden, die lood-
— 90
90
§ 290 Bepalingen. I® We zullen de omwentelings-lig-
chamen benoemen met behulp der letters, die aan
de beschrijvende liguur slaan..............Bladz 90
2°. De zamenstellende deelen van het oppervlak eens
omwenielings ligchaams heeten omwentelings-vlak-
ken , dewijl hel vlakken zijn , voortgebragt door
de omwenteling eener legte of kromme lijn om
de as.......... ....... ..........
De regte of kromme lijn , die zulk een vlak voort-
brengt, heet dii beschrijvende lijn \an dixi omwim-
telings-vlak . ....................
§ 291. Stelling. Elk punt der beschrijvende lijn van een
omwentelings-vlak beschrijft, gedurende hel ont-
staan van dat vlak, een cirkel-omtrek, die den
afstand van dat punt tul de as tol straal, en den
voet van dezen afstand tot middelpunt heeft •
Gevolgen. De gemeene doorsnede van een
omwentelings-vlak met een plat vlak, dat Iood-
regt op do as staat, is altijd een cirkel-omtrek.
2^. De gemeene doorsnede van een omwenielings
ligchaam met een plat vlak , dat Ioodregt o() lie
as slaat, is altijd een cirkel of een concentrisch
uitgehulde cirkel.. .................... — 9
§ 292. Stelling. Twee omwentelings-ligchanieii zijn ge-
lijk en gelijkvormig, wanneer hunne beschrij-
— 91
'M