Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXil. INHOUD.
3®, Elke prismoïde kan ook beschouwd worden als
een afgeknot vierhoekig prisma, dat tot grondvlak
heeft een der opstaande zijvlakken..........Bladz. 85.
§ 28i. Stelling. De inhoud eener prismoïde wordt ge-
vonden door één-zesde van hare hoogte Ie verme-
nigvuldigen met de som van drie regthoeken,
namelijk: bel grondvlak, het bovenvlak,
en 3®. een roglhoek . welks lengte de som is der
lengien, en welks breedte de som is der breedten
van grond- en bovenvlak. . . ............. — 85.
§ 28o. Aanmerking. De inhoud van een willekeurig veel-
vlakkig ligchaam kan met behulp van het behan-
delde altijd gevonden worden,............... — 86.
§ 286. Stelling. De inhouden van gelijkvormige pirami-
den verhouden zich als de derde-magten van hare
hoogten, of van hare gelijkstandige rihben..... — 87.
287. Stelling. De inhouden van gelijkvormige veel-
vlakkige ligchamen verhouden zich als de derde—
magten van hare gelijkstandige ribben........ — 87.
§ 288. Stelling. Wanneer twee driehoekige piramiden
onderling een drievlakkigen hoek gemeen hebben ;
dan verhouden zich hare inhouden als de gedu-
rige producten der drie ribben, die in het ge-
meenschappelijk hoekpunt zamenkomen. ...... — 88.
over de eenvoudigste omwkntelings-ligchamen.
§ 289 — § 337..... ................... — 89.
§ 289. Bepalingen. 1® Door een ojnwenlelings-ligckaam
verstaat men de ligchamelijke ruimte, die door
eene vlakke figuur doörloopen is, wanneer deze
eene geheele omwenteling volbragl heeft om eene
regte lijn, die, zonder de vlakke figuur te door-
snijden, met haar in hetzelfde vlak ligt....... — 89,
De bedoelde vlakke figuur heet do beschrijvende
{ignur , en de lijn om welke zij wentelt, de om-
wenlelings-as of blootweg de as van het ligchaam.
VVanneer de as niets met de beschrijvende figuur
gemeen heeft, is hel omwentelings-ligchaam ring^
vormig...................... — 89.
2®. De doorsnede van een omwentelings-ligchaam met
een plat vlak, dat door dc as gaat, heet eene
centrale doorknede.................. — 90.
Gevolg. Alle centrale doorsneden van een zelfde
omwentelings-ligchaam zijn onderling gelijk en
kvoruiia.................... — 90.