Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
bovendieu het punt gegeven is , waarin de gevraagde bol
een der gegeven vlakken raken moet.
232. Aangenomen, dat men door den afstand van een punt tot
een hol den kortsten weg verstaat van dat punt tot het
oppervlak van dezen bol, vraagt men een punt te bepalen , dat
op een gegeven afstand van drie gegeven bollen verwijderd is.
233. Een bol te beschrijven, die een gegeven straal heeft, en drie
gegeven bollen uitwendig raakt.
234. Een bol te be^brijven, die twee gegeven evenwijdige vlakken
aanraakt, en wiens oppervlak door twee gegeven punten gaat.
235. Een punt te bepalen, dat op een zelfden gegeven afstand
verwijderd is van een gegeven vlak, eene gegeven Ign en
een gegeven punt.
236. Een driehoek gegeven zijnde , vraagt men het punt te be-
palen , waaruit men de hoekpunten des ^driehoeks onder regte
hoeken ziet.
237. Op een gegeven driehoek als grondvlak eene piramide le be-
schrijven , wier hoogle gegeven is, en die de eigenschap heeft,
dat twee der vlakke hoeken aan den top regt zijn.
238. Een bol te beschrijven, die een gegeven bol in een gegeven punt
aanraakt, en bovendien door een gegeven punt gaat.
239. Men vraagt do meetk. pl. te bepalen der middelpunten vau
alle cirkels, die men met een gegeven straal op een gege-
ven bol beschrijven kan.
240. Met een gegeven straal een bol te beschrijven , die drie gege-
ven bollen volgens cirkels snijdt, wier stralen gegeven zijn.
241. De meetk. pl. te bepalen der punten, die binnen een gege-
ven tweevlakkigen hoek liggen, en wier afstanden tot de
zijvlakken van dezen eene gegeven verhouding hebben.
242. In eene gegeven lijn een punt te bepalen, welks afstanden
tot twee gegeven vlakken eene gegeven verhouding hebben.
243. De meetk. pl. te bepalen der punten in de ruimte, wier
afstanden tol twee gegeven punten eene gegeven verhouding
hebben.
244. Twee elkaèr kruisende lijnen gegeven zijnde, vraagt men
in de eene lijn een punt te bepalen, welks afstanden tot
twee gegeven punten van de andere lijn eene gegeven ver-
houding hebben.