Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
177 Het ronde oppervlak te berekenen van eene bolvormige schijf,
gesneden uit een bol, wiens straal 5 palm lang is, wan-
neer de stralen van het grond- en bovenvlak 3 en 4 palm
meten (§ 319).
178. Hoe groot moet de straal eens bols genomen worden, opdat
zijn oppervlak gelijk zij aan den inhoud eens cirkels, wiens
straal r gegeven is (§ 320)?
179. Een bol te beschrijven, wiens oppervlak gelijk is aan het
ronde oppervlak eens gegeven kegels (§320).
180. Hoe groot moet de straal eens bols genomen worden, opdat
zekere willekeurige eenheid even veel malen op zijnen straal
begrepen zij, als het vierkant op die eenheid begrepen is
op het oppervlak des bols (§ 320)?
181. Een gegeven bol zoodanig in twee bolvormige segmenten
te verdeelen, dat het ronde oppervlak van het eene gelijk
zij aan het oppervlak des bols, die de hoogte van het an-
dere tot middellyn heeft (§ 320).
182. Oen inhoud van een bolvormigen sector uit te drukken in
den straal r van zijn grondvlak en den straal R des bols,
waaruit hij gesneden is (§ 322).
183. Wanneer men uit eenen bol, wiens straal R gegeven is,
een bolvormigen sector snijdt, wiens inhoud gelijk is aan
zijn kegelvormig oppervlak vermenigvuldigd met één-derde
van den straal des bols; hoe hoog is dan het bolvormig
segment, waarop die sector staat (g 322)?
l«4. Uit eenen bol, wiens straal R gegeven is, snijdt men een
bolvormigen sector, wiens bolvormig en kegelvormig opper-
vlak onderling gelijk zijn. Men vraagt den inhoud van de-
zen bolvormigen sector te berekenen (§ 322),
180. Uit eenen bol, wiens straal R gegeven is, snijdt men een
bolvormigen sector, wiens inhoud gelijk is aan dien van den
kegel, die met het bolvormig segment, waarop de sector
staat, hetzelfde grondvlak heeft, terwijl zijn top in 'topper-
vlak van den bol ligt. Men vraagt den inhoud van dezen
bolvormigen sector te berekenen (§ 322).
186. Uit eenen bol, wiens straal R gegeven is, snijdt men een
bolvormigen sector, waarvan de inhoud gelijk is aan dien
van den cilinder, die met het bolvormig .segment, waarop
de sector staat, hetzelfdö^ grondvlak heeft, en in den bol be-