Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
162
Van zekeren cilinder is het geheele oppervlak het viervoud
van zijn grondvlak. Bereken zijne hoogle, wanneer de
straal r van zijn grondvlak gegeven is (§ 302).
143. Men wil de beschrqvende figuur construeeren van eenen
cilinder, wiens rond oppervlak gelijk is aan dat van een
kegel, die op zijn grondvlak beschreven is en wiens top
in het middelpunt des bovenvlaks ligt. Welke verhouding
moet er lusschen de zijden van de beschrijvende figuur be-
staan (§ 302)?
144. De beschrijvende figuur te construeeren van eenen cilinder,
die eene gegeveu hoogte heeft, terwijl zijn rond oppervlak
gelijk is aan dat van een afgeknotten kegel, die met den
cilinder op hetzelfde grondvlak staat en met dezen dezelfde
hoogte heeft, maar wiens bovenvlak het één-vierde van dat
des cilinders is (§ 302),
145. De beschrijvende figuur eens afgeknotten kegels gegeven
zijnde, vraagt men die te construeeren van eenen cilinder,
die met den afgeknotlea kegel gelijken inhoud en gelijke
hoogte heeft (§ 303).
146. De afmetingen van de Ned. kan te berekenen, wanneer
men weet, dat hare hoogte het dubbel bedraagt van de
middellijn des grondvlaks (§ 303).
147. Ook van eene cilindrische maat, die 5 kop inhoud heeft,
wanneer hare hoogte gelijk is aan de middellijn des grond-
vlaks (§ 303).
148. Van twee cilinders zijn de stralen en hoogten gegeven. Men
vraagt de beschrijvende figuur te construeeren van een derden
cilinder, die eene gegeven hoogte heeft, en wiens inhoud
gelijk is aan de som of het verschil der inhouden van de
beide gegeven cilinders (§ 303).
149. liet oppervlak eu den inhoud te berekenen van het lig-
chaam, beschreven door de omwenteling eens regelmatigen
zeshoeks om eene zijner zijden, wanneer de zijde a gege-
ven is (§ 304).
150. De verhouding te vinden der inhouden van de twee lig-
chamen, welke ontstaan door een zelfde regthoekig trape-
zium beurtelings om zijne regthoekszijde en schuine zijde
te laten omwentelen (§ 304).
451. Bereken den inhoud van het ligchaam, voortgebragt door