Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
oveil ür eenvoodigste om wentelings-tigch am en.
§ 289 — § 337.
1 U, Bereken het ronde oppervlak van eenen kegel, die voort-
gebragt wordt door de omwenteling van eenen regthoekigen
driehoek om zijne kleinste regthoekszijde, wanneer de regt-
hoekszijden 3 en 4 palm lang zijn (§ 296).
115. Wanneer men een regthoekigen driehoek beurtelings om
elk zijner regthoekszijden laat wentelen, hoe verhouden
zich dan de ronde oppervlakken der beide aldus gevormde
kegels (§ 296) ?
116. Van eenen kegel is de schuine zijde 6 palm lang, en zijn
geheele oppervlak bedraagt 16^ vierk. palm. Bereken zijne
hoogte (§ 296).
117. Hoe groot moet de tophoek van eenen kegel zijn, opdat
zijn ronde oppervlak tweemaal zoo groot zij als zijn grond-
vlak (§ 296)?
118. Wanneer men het ronde oppervlak eens kegels ontwikkelt,
verkrijgt men een cirkelsector van 60", welks straal 1 palm
lang is. Hoe groot is de straal van het grondvlak van
dezen kegel (§ 296)?
119. Wanneer men het ronde oppervlak ontwikkelt van eenou
kegel, welks hooute h en schuine zijde s gegeven zijn,
hoeveel graden hevat dan de hoek van den cirkelsector,
die door deze ontwikkeling ontstaat (§ 296).
120. Wanneer men het ronde oppervlak ontwikkelt van zekeren
kegel, welks hoogte 3 palm bedraagt, verkrijgt men eenen
cirkelsector van 288°. Bereken hieruit de schuine zijde des
kegels (N^ 1 19).
121. Bewijs destelling van § 296 met behulp der aanmerking,
welke aan het slot van die § voorkomt.
122. Van eenen kegel bedraagt de hoogte 3 palm, en de schuine
zijde 6 palm. Bereken den inhoud van dezen kegel (§ 297).
123. Den inhoud eens kegels te berekenen, wiens tophoek 36°
bevat; wanneer zijne hoogte /i gegeven is (§ 297).
124. Wanneer het ronde oppervlak eens kegels 60 ït vierk. palm
bedraagt, en zijn inhoud 96 tt teerl. palm; hoe lang is dau