Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
helft was van de opstaande ribbe, hoe groot zou dan de in-
houd der piramide zijn (§ 278).
94. Van eene regelmatige zeshoekige piramide is de opstaande
ribbe het dubbel van de ribbe des grondvlaks, Hoe dikwijls
is de teerling, die mei» op de laatstbedoelde ribbe beschrij-
ven kan, begrepen in den inhoud van het ligchaum (j^ 278)?
95. Wanneer een parallelopipedum en eene piraniide gelijke in-
fiouden en gelijke hoogten hebben, boe verhouden zich dan
hunne grondvlakken (§ 279)?
96. De vlakken van twee gelijkvormige driehoeken, wier in-
houden 12 en 8 vierk. el bedragen, zijn op een onderlingen
afstand van 4 el zoodanig geplaatst, dat do zijden des eenen
driehoeks evenwijdig loopen met de gelijkstandige zijden des
anderen. Vervolgens heeft men drie vlakken gebragt, die
elk door twee gelijkstandige en dus evenwijdige zijden van
die gelijkvormige driehoeken gaan. Men vraagt den inhoud
te berekenen van het ligchaam, dat door die vgf vlakken
begrensd is (§281).
97. Hoe hoog is eene afgeknotte piramide, die \ teerl. el inhoud
heeft; wanneer haar grondvlak 2 vierk. el en haar boven-
vlak I vierk. el groot is (§ 281)?
98. Van eene afgeknotte driehoekige piramide is het grondvlak
een gelijkzijdige driehoek , welks zijde a is. De opstaande
zijvlakken zijn gelijk en gelijkvormige gelijkbeenige trape-
ziums, welker hoogte h is. Indien nu nog de ribben van
het bovenvlak half zoo groot zijn als die van het grondvlak,
vraagt men den inhoud van dit ligchaam te berekenen (§ 281).
99 Van eene afgeknotte vierhoekige piramide is hel grondvlak eene
ruit , waarvan de zijde I palm lang is. en een der hoeken
30" bevat. De omtrek van haar bovenvlak bedraagt 3 palm,
en de inhoud van het geheele ligchaam 1,i562o teerl. palm.
Men vraagt de hoogte te berekenen van de geheele piramide,
waarvan deze afgeknotte een deel is (§281).
100. Van zekere afgeknotte vierhoekige piramide is hot grondvlak
een regthoek, die 3 palm lang en \ palm breed is. Het
opstaand zijvlak, dat aan een der twee grootste ribben van
het grondvlak sluit, staat loodregt op het grondvlak, en is
een geüjkbeenig trapezium, dat i palm huog is en 2 vierk.