Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
♦ 54
snijdend vlak en een der opstaande zijvlakken een hoek van
45° maakt met de aangrenzende opstaande ribbe. Hoe groot
is de geheele oppervlakte van het aldus afgeknotte prisma,
en hoe groot die der driehoekige piramide, welke van het
geheele prisma is afgesneden?
over de imiroudbn der veelvlakkige ligchamen.
§ 269 — § 289.
79. Van een regthoekig parallelopipedum zijn de lengte de
breedte b en het oppervlak p^ gegeven; men vraagt hierin
den inhoud van dit ligchaam uit te drukken (§ 273).
80. Van een regthoekig parallelopipedum bedraagt de inhoud 72
teerl. el, het oppervlak 108 vierk. el, en de hoogte 6 el.
Men vraagt zijne lengte en breedte te berekenen (§ 273).
81. Van een regthoekig parallelopipedum, welks grondvlak een
vierkant is, bedraagt de inhoud 1024 teerl. el. Men vraagt
het oppervlak van dit ligchaam te berekenen, indien zijne
hoogte het dubbel bedraagt van de ribbe des grondvlaks
(§ 273).
82. Van een parallelopipedum is het grondvlak eene ruit, wel-
ker diagonalen 6 en 8 el lang zijn; terwijl de opstaande
ribben Ioodregt op het grondvlak slaan. Indien nu het op-
pervlak van dit ligchaam 168 vierk. el bedraagt, vraagt men
zijnen inhoud te berekenen (§ 275).
83. Op een gelijkzijdigen driehoek als grondvlak wordt een regel-
matig prisma beschreven, welks hoogte gelijk is aan de
ribbe van het grondvlak. Indien nu het oppervlak van dit
ligchaam 27-|-|^/3 vierk. el bedraagt, vraagt men zijnen
inhoud te berekenen (§ 276).
84. Wanneer men een vlak brengt, Ioodregt op de opstaande
ribben van zeker zeshoekig prisma, verkrijgt men tot door-
snede een regelmatigen zeshoek , welks zijde 2 palm lang is.
Indien nu de opslaande ribbe van het prisma 1 el lang is,
vraagt men den inhoud van dit ligchaam te berekenen (§ 276).
85. Van zeker scheefhoekig prisma is het grondvlak een regel-
matige tienhoek, welks zijde 1 palm lang is. Indien nu
de opslaande ribbe van dit prisma mede 1 palm lang is,
A