Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
67. Van eene afgeknotte regelmatige vierhoekige piramide is de
ribbe a des groridvlaks. de ribbe b des bovenvlaks, en de
opstaande ribbe c gegeven; men vraagt in deze gegevens de
hoogte des ligchaams uit te drukken.
68. In dezelfde gegevens de hooiïte uit te drukken der geheele
piramide, waarvan de bedoelde afgeknotte piramide een
deel is.
69. VVanneer het oppervlak p^ van een kubus gegeven is, hierin
de diagonaal van het ligchaam uit te drukken.
70. De hoogte te berekenen van een regelmatig tetraëdrum ,
welks geheele oppervlak gelijk is aan dat van een kubus,
wiens ribbe a gegeven is.
li, liet oppervlak te berekenen van een regelmalig tetraëdrum,
welks hoogte h gegeven is.
72. Van een regelmatig tetraëdrum is de ribbe a gegeven. Indien
dit ligchaam op de helft zijner hoogte wordt afgeknot, vraagt
men het geheele oppervlak der aldus gevormde afgeknotte
piramide te berekenen.
73. Een regelmatig tetraëdrum is op de helft zijner hoogte afge-
knot, en de geheele oppervlakte p® van het aldus afgeknotte
ligchaam is gegeven. Men vraagt hieruit de ribbe van het
grondvlak des bedoelden ligchaams le berekenen.
74. De diagonaal d van een der zijvlakken van een regelmatig
dodekaëdrum gegeven zijnde, vraagt men het oppervlak van
dit ligchaam te berekenen,
75. Hoe groot is de ribbe van het regelmalig dodekaëdrum, welks
oppervlak de helft is van het pas bedoelde?
76. Van een scheefhoekig parallelopipedum zijn alle zijvlakken
gelqk en gelijkvormige ruiten. Indien nu het oppervlak p-
van dit ligchaam gegeven is. benevens eene der diagona-
len d van het grondvlak; vraagt men de ribbe van hel lig-
chaam te berekenen.
77. Wanneer het grondvlak van hel pas bedoelde ligchaam ge-
geven is; vraagt men de ware grootte zijner hoogte le con-
struëeren.
78. Van een regelmatig driehoekig prisma is de ribbe a van het
grondvlak en de hoogte h gegeven. Dit ligchaam woidt
schuin afgeknot door een vlak, dat door een der ribben van
het bovenvlak zoodanig gebragt is, dal de doorsnede van het