Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
55.
56.
58.
59.
60.
61.
een vlak te brengen, dal met het andere een gegeven twee-
vlakkigen hoek maakt.
Uit een gegeven punt, gelegen in eene gegeven lijn , eene
loodlijn op deze op te riglen , evenwijdig met een gegeven vlak.
Door een gegeven punt eene lijn te trekken, die twee ge-
geven eikair kruisende lijnen snijdt.
57, Door een gegeven punt, gelegen in eene gegeven lijn , een
vlak te brengen, dat met die lijn een gegeven hoek maakt.
Door een gegeven punt, gelegen builen eene gegeven lijn,
een vlak te brengen, dat met die lijn een gegeven hoek maakt.
Wanneer de ware grootte van elk der vlakke hoeken eens
drievlakkigen hoeks gegeven is, vraagt men die zijner stand-
hoeken te Gonstruëeren.
Kan men nu ook, met behulp van den supplemenlairen drie-
vlakkigen hoek, omgekeerd de vlakke hoeken eens drievlak-
kigen hoeks Gonstruëeren, wanneer zijne standhoeken ge-
geven zijn ?
Wanneer de ware grootte van elk der zes ribben eener drie-
hoekige piramide gegeven is, terwijl men tevens weet, welke
ribben drie aan drie in de hoekpunten des ligchaams zamen-
komen ; vraagt men de ware grootte te construëeren van de
standhoeken des ligchaams.
Wanneer de ribbe a van het grondvlak eener regelmatige
vierhoekige piramide gegeven is, benevens de hoogte h van
dit ligchaam; vraagt men in deze gegevens het geheele op-
pervlak vau het ligchaam uit te drukken.
Wanneer het geheele oppervlak p^ eener regelmatige vierhoe-
kige piramide gegeven is, benevens de ribbe a van haar
grondvlak ; vraagt men in deze gegevens de hoogte van het
ligchaam uit le drukken.
64. Wanneer een der opstaande zijvlakken eener atgeknotle regel-
matige vierhoekige piramide gegeven is; vraagt men de ware
groolte le construëeren der standhoeken, die de opstaande
zijvlakken met het grondvlak maken.
65. Men vraagt ook de ware groolte te construëeren der hoogte
van de pas bedoelde afgeknotte piramide.
66. IVien vraagt mede de ware grootte te construëeren van de
hoogte der geheele piramide, waarvan de pas bedoelde afge-
knotte een deel is.
62.
63.