Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
fof
van dit ligchaam 2(6 + 1/3) vierk. el bedraagt, vraagt men
den inhoud le berekenen der doorsnede, welke verkregen
wordt, wanneer men een vlak brengt door eene der ribben
van het bovenvlak en het tegenoverstaand hoekpunt van het
grondvlak (§ 259 en § 267).
46. Het oppervlak van elk der vijf regelmatige veelvlakkige lig-
chamen te berekenen , wanneer de ribbe als eenheid wordt
aangenomen (§ 268).
47. Te bewijzen, dat alle tweevlakkige hoeken van eenig regel-
matig veelvlakkig ligchaam onderling gelijk zijn (§ 268),
48. Te bewijzen, dat de onderling gelijke standhoeken van eenig
regelmatig veelvlakkig ligchaam alleen afhangen van het aan-
tal zijvlakken van dat ligchaam, en niet van de grootte der
ribbe (§ 268).
49. De ware grootte te construeeren der siandhoeken van elk
der vijf regelmatige veelvlakkige ligchamen (§ 268).
hëb haling.
50. Door eene gegeven lijn, die schuin op een gegeven vlak
staat, een vlak te brengen, dat met het gegeven vlak eenen
hoek maakt gelijk aan dien , welken de gegeven lijn daar-
meê maakt,
51. Door eene gegeven lijn, die schuin op een gegeven vlak
staat, een vlak te brengen, dat met het gegeven vlak een
gegeven hoek maakt, grooter dan die, welken de gegeven
lijn met het vlak maakt.
52. Door een gegeven punl een vlak te brengen , dat met twee
gegeven elkaar regthoekig snijdende vlakken gelijke hoeken
maakt,
53. Er zijn twee elkaiir snijdende vlakken gegeven. Nu vraagt
men , door een buiten die vlakken gegeven punt eene lijn te
trekken, die evenwijdig loopt met het eene, en eenen gegeven
hoek maakt met het andere vlak.
54. Er zijn twee elkaör regthoekig snijdende vlakken gegeven.
.Men vraagt door eene gegeven lijn, gelegen in 't eene vlak,