Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
9.'.
Het derJü der
Ki.T. 231.
Fig. 230. het grond' en bovenvlak cl es cilinders
noemt.
Door de hoogte van den cilinder ver-
staat men den onderlingen afsland bc
vnn grond- en bovenvlak; zij is der-
halve tevens de zijde om welke de regt-
hoek BCcb bij 'tbeschrijven van den
cilinder wentelt, en gelijk aan de be-
schrijvende lijn BC in ieder van hare
standen.
De centrale doorsnede van den cilin-
der is blijkbaar een resthoek BCCB',
en wanneer deze doorsnede een vier-
l^ant i>, I oemt men den cilinder ge-
lijkzijdig.
eenvoudigste om\v;'n(eltf)2s-lischamen ,
c. (i'ig. 231) noemt men een bol. Daar
gedurende de omwenteling vau den
halven cirkel DCO om de middellijn
BD, alle punten van rlen cirkel boog BCD
op denzelfden afstand van het mid-
delpunt c verwijderd blijven, terwijl
die cirkelboog het oppervlak raa den
bol beschrijft, zoo zijn alle punten
van het oppervlak eens bols op ge-
lijke afstanden van een zelfde piintc
verwijderd, 'twelk men daarom het
middelpunt van den bol noemt.
De straal van den beschrijvende«
halven cirkel, of deafsiand, waaiop
elk punt van het oppervlak des boU
van zijn middelpunt veiwijderd is, heet dan ook de straal van
den bol.
Elke lijn , die twee willekeuiige punten van liet oppervlak
eens hols vereenigt, noemt men eene koorde van den bol. Ztj is
zoo groot mogelijk, wanneer zij door ïiet middelpunt gaat, ea
heet alsdan de middellijn van den bol.
Om eenen bol of een bolvormig oppervLik te benoemen, zullen
wij slechts twee letters bezigen, waarvan de eene ann het mid-