Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Tweede stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1862
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5272
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202807
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
i n u o u b. v.
verstaal men een boek, wiens beenen ieder in een
der zijvlakken looJregt stuan op de ribbe ; hut
vlak, waarin zich deze hoek bevindt, heel hel
standvlak..............................Bladz. \ 4.
Gevolg. Wanneer twee onbegrensde vlakken el-
kajir snijden, dan is de som der standhoeken van
de vier aldus gevormde tweevl. hoeken gelijk aan
vier regte hoeken; en wanneer één dezer hoeken
regt is, dan zijn zij het alle vier............ — 14.
§ 206. Bepaling. Twee vlakken staan loodregt op eikadr,
wanneer de siandhoeken hunner tweevl. hoeken
re^t zijn................................. — 14.
§ 207. Stelling. Gelijke iweevl. hoeken hebben gelijke
siandhoeken; en omgekeerd, wanneer tweevl.
hoeken gelijke standhoeken hebben, dan zijn zij
onderling gelijk........................... — 15.
Gevolgen. 1°. Twee vlakken, die loodregt op el-
ka^ir staan, verdeelen de onbepaalde ruimie in
vier gelijke deelen ; en wanneer omgekeerd twee
elkaèr snijdende vlakken de onbepaalde ruimte in
vier gelijke deelen verdeelen, slaan zij loodregt
op elkaèr................................ — 15.
2°. Door eene lijn, gelegen in een vlak , kan niet
meer dan één vlak loodregt op hel eerstbedoelde
gebragt Worden......................... — 15.
3". Wanneer men den standhoek van een tweevl. hoek
in een willekeurig aantal gelijke deelen verdeelt,
en vervolgens vlakken brengt door elke deellijn en
de ribbe; dan verdeelen deze vlakken den tweevl.
hoek in even veel gelijke deelen , als er gelijke
deelen zijn in den standhoek................ — 15.
§ 208. Stelling. Twee willekeurige tweevl. hoeken zijn
evenredig mei hunne standhoeken........... — 16.
Gevolg, Hel aantal graden, minuien enz. van
een tweevl. hoek is gelijk aan dal van zijnen
standh(»ek.............................. — J6.
Aanmekking. iMen drukt dit gewoanlijk uil door te
zeggen: elke tweevl. hoek is gelijk aan zijn sland-
hoek , üf ook wel: elke tweevl. hoek wordt gemeten
door zijn standhoek...................... — 16.
§ 209. Bepaling. Keu tweevl. hoek heet scherp, regt,
slomp of inspringend, naar gelang zijn standhoek
in een dezer toestanden verkee» t; en twee tweevl.
hoeken heelen elkaèirs supplement of complement,
naar mate de som liunuer siandhoeken I 80" of 90®
bedraagt................................ . (7,