Boekgegevens
Titel: Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Deel: Eerste stukje
Auteur: Kempees, J.C.J.
Uitgave: Breda: Broese & comp, 1880
14e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5270
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202806
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der meetkunst, benevens vraagstukken en oefeningen ter toepassing
Vorige scan Volgende scanScanned page
l'.i
l""'?- alle punten van boog DE op
die van boog FM vallen (§ 30).
De plaats G, waar het punt E
alsdan aankomt, wordt klaar-
blijkelijk verkregen door den
afstand der punten F en G
gelijk te nemen aan dien der
punten Den E, of, wat hetzelfde
is, door uit F, met eene lijn
FG = DE als straal, een cirkelboog te besclirijven, snijdende den
boog FM in G. De lijn GA, uit G naar A getrokken, zal nu aan
de vraag voldoen, want de beenen van hoek C vallen langs die van
hoek GAF; derhalve zijn die hoeken even groot (§ 17, 1'" Gev.).
Opmekkixg. Door den uit F, met FG = DE als straal, beschreven
cirkelboog door te trekken, tot hij den boog MN andermaal in G'
snijdt, en vervolgens ook dit punt met A te vereenigen, vindt
men eene tweede lijn G'A, die ook aan de vraag voldoet. Om
dit in te zien, behoeft men zich slechts voor te stellen, dat, bij
het schuiven van boog DE op boog MN, deze bogen nog wel een
gemeenschappelijk middelpunt krijgen, maar dat nu het punt E,
in plaats van D, op F valt, en dus D op G'.
§ 38. Bepaling. Men kan zich een rechten hoek in negentig
gelijke deelen verdeeld denken; ieder dezer deelen wordt een graad
genoemd; het zestigste-deel van een graad noemt men eene »»'«km^,
en het zestigste-deel hiervan eene seconde. De onderdeden van
seconden worden in tiendeelige breuken van seconden uitgedrukt.
Men kan dus de grootte van een hoek in getallen uitdrukken,
door op te geven hoeveel graden, minuten, seconden en onderdeden
van seconden hij bevat. Om bij het schrijven van getallen aan te
duiden, dat zij graden, minuten en seconden beteekenen, bezigt men
de teekens °en welke rechts van, en een weinig hooger dan
de getallen geplaatst worden. Derhalve beteekent de uitdrukking:
AoeiP = 10°5'3",14
dat de hoek P tien graden, vijf minuten, drie en veertien-honderdste
seconden bevat.
Over de evenwijdige lijnen.
§ 39. Bepaling. Lijnen, die in een zelfde vlak gelegen, hoe ver ook
verlengd, elkaar nimmer ontmoeten, noemt men evenwijdige lijnen.